06-34009124 [email protected]

Het internet is een prachtig medium. Je kunt er mensen ontmoeten, nieuwe kennis opdoen, handel drijven en nog veel meer. Het internet heeft ook een duistere kant: het is een medium dat mensen, organisaties of de samenleving kan schaden door ‘weeffouten’ in het ontwerp of door doelgericht gedrag. Daarover heeft het Rathenau Instituut een voortreffende verkenning gepubliceerd. Voor het eerst is er een taxonomie van schadelijk en immoreel gedrag in Nederland. Geestelijk verzorgers kunnen hier in hun werk veel profijt van hebben.

Het rapport ‘Online ontspoord’ gaat in op die duistere eigenschappen van en gedrag op het internet. De publicatie, gratis te downloaden, gaat in op schadelijk en immoreel gedrag online en is geschreven op verzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Iedere professional die in de zorg werkt, bijvoorbeeld als geestelijk verzorger, jongerenwerker, psychologen of verslavingsdeskundigen is de publicatie actueel en zeer relevant. De verkenning geeft weliswaar adviezen aan de overheid, waarvan ze vindt dat de overheid ‘handelingsverlegen’ is, is schadelijk of immoreel gedrag niet alleen een taak van de overheid.

Het Rathenau Instituut komt in de verkenning tot een taxonomie van 6 deelgebieden met in totaal 22 vormen van schadelijk en immoreel gedrag online.

De mate van de schade die het gedrag veroorzaakt, is verschillend. Het kan ernstig tot zeer ernstig zijn:

  • Individueel: meisjes die zich verhongeren of zelfmoord plegen,
  • Beroepsgroepen: wetenschappers of journalisten zie zich niet meer durven uit te spreken of zich ernstig belemmerd voelen in hun werk
  • Samenleving: maatschappelijke ontwrichting door desinformatie en complotdenken

En het grootste probleem wellicht: iedere Nederland kan betrokken raken bij het schadelijke of immorele gedrag, of dat nu als dader, slachtoffer of omstander is. De onderzoekers van het instituut doen geen algemene uitspraken wie meer of minder gevaar loopt: de beschikbare gegevens maken dat lastig. Dat komt bijvoorbeeld omdat definities en systematische metingen er niet zijn. Soms gaat het om vormen van gedrag dat al offline bestond, soms gaat het om hybride gedrag en soms om nieuwe vormen die met de komst van internet mogelijk zijn gemaakt.

Dit is de taxonomie die nu is ontwikkeld met een toelichting van de begrippen.

Tekst loopt door na de afbeelding

Online manipulatie

  • Complotdenken: machtige groepen als de overheid manipuleren in het geheim bepaalde gebeurtenissen. Denk aan 5G, covid. Aanrader: de tv-serie Filimon en de complotdenkers
  • Desinformatie: het doelbewust verspreiden van misleidende of onjuiste informatie om schade te berokkenen
  • Sock puppeting: een valse identiteit aannemen om anderen te misleiden, bijv. trollen of bij catfishing.
  • Kwakzalverij: beweren dat bepaalde (ernstige) ziekten kunnen worden genezen met een nutteloos of schadelijkmiddel

Digitale vigilantisme

  • Pedojagen: volwassenen doen zich voor als kind om pedofielen in de val te lokken en te straffen, niet noodzakelijkerwijs via de politie
  • Doxing: openbaar maken van privegegevens (telefoonnummers tot foto’s), vaak met het doel te shamen.
  • Shaming en cancellen: morele kritiek uiten dat een sociale norm wordt overschreden en (vervolgens) mensen uitsluiten van deelname aan de maatschappij

Online haat

  • Haatzaaien: alle uitingen (ras, xenofobie, antisemitisme, homohaat) die zorgen voor verspeiding, bemoediging of legitimering
  • Discriminatie
  • Bedreiging/intimidatie

Online pesten en geweld

  • Cyberpesten (cyberbullying): herhaaldelijk online pesten
  • Trollen en griefing: opzettelijk dwarszitten, uitschelden en negatief uitlaten, bijv. via nepaccounts en het verspreiden van nepnieuws
  • Wraakporno en shamesexting: zonder toestemming openbaar maken van opgenomen seksuele handelingen
  • Grooming: digitale kinderlokkerij
  • Extreme pranks: online vernedering via een ‘grap’ dat wordt gefilmd en verspreid om de verbijstering of schaamte te exposen

Cyberbedrog

  • Hacking: ongeautoriseerd toegang krijgen tot computersystemen
  • Phishing: ontfutselen van persoonlijke gegevens via valse sites/mails
  • Catfishing: (delen van) je identiteit verbergen om anderen opzettelijk te misleiden. Bijv. online dating zonder de wens tot ontmoeten te hebben
  • Cryptofraude: oplichting met cryptomunten of het manipuleren van de koers van deze munten

Online zelfbeschadiging

  • Extreme challenges
  • Cyberverslaving: excessief en langdurig gebruik van internettoepassingen (social, gaming, pornosites)
  • Verstoord eetgedrag: psychische stoornis met betrekking tot eten, bijv. anorexia, braken, laxeren

Deze ‘fenomenen’ – zoals Rathenau het noemt – hebben een verschillende groei of omvang. Het is een zeer breed pallet en ieder aspect is niet altijd te meten en de onderzoekers doen er dan ook niet altijd een uitspraak over. Het hangt af van de gekozen criteria. Wel valt op dat de schadelijke en immorele vormen vaker voorkomen. Dat is zorgelijk en dit alleen al vraagt om nader onderzoek.

De fenomenen hebben vaak een oorzaak in het DNA van het internet: zo het is opgebouwd. Marleen Stikker spreekt zelfs dat ‘het internet stuk’ is en herbouwd zou moeten worden. Tim Berners Lee heeft dezelfde mening en is met een dergelijke herbouw bezig. In ieder geval neemt de roep om dergelijke schadelijke weeffouten in het ontwerp te herstellen.

Maar dat is erg lastig. De onderliggende mechanismen hebben ook positieve effecten. Denk aan anonimiteit: dan kan bescherming bieden tegen intimidatie en tegelijkertijd de mogelijkheid om te intimideren.

Hieronder zie je het overzicht van online mechanismen. Voor wie zich hier verder in wil verdiepen, raad ik het rapport aan: het is toegankelijk geschreven en biedt een actueel overzicht van het ontwerp van het internet as we know it, met wetenschappelijk inzicht op de schadelijke en immorele gevolgen. Of dat nu het continue e alledaagse onmiddelijkheid is, waardoor een hyperconnectieve ‘disinhibition effect’ kan ontstaan.

Tekst loop door onder de afbeelding 

Het Rathenau Instituut bepleit een drieslag die overheid en uitvoeringsorganisaties kan doen om schadelijk en immoreel gedrag te voorkomen of tegen te gaan. Denk aan wet- en regelgeving, afspraken over gedragscodes met de markt met eventuele sancties, ontwikkeling van ‘safety tech’ (filters, Kliksafe) alsook participatie met hulpverleners, maatschappelijke organisaties en gebruikers (jij en ik).

De rol die geestelijke verzorgers – ik noemde ze al in de intro – zouden kunnen doen is meewerken aan educatie: creëer bewustzijn, informeer en onderwijs. Het Netwerk Mediawijsheid, waar ISI Media ook deel van uitmaakt, is zo’n plek waar je informatie kunt halen, vooral op het gebied van online weerbaarheid. Maar ook meedoen aan online interventies is een mogelijkheid: de digitale ruimte actief onderhouden als professionele ‘omstander’: maak het bespreekbaar, buig over campagnes zoals Make Media Great Again.

Geestelijk verzorgers zijn hard nodig te meer er nog niet veel gespecialiseerde hulp is op dit gebied. Bij politie of justitie aankloppen als slachtoffer wordt vaak als een heilloze weg ervaren: er is geen gehoor, geen prioriteit of onvoldoende kennis. Geestelijke verzorgers kunnen echter een safe haven vormen en slachtoffers van pesterijen, online haat of een ander schadelijk ‘fenomeen’ professioneel ondersteunen als vertrouwenspersoon, of met bescherming- en herstelstrategieën, al dan niet in overleg met andere maatschappelijke organisaties.

Ik vraag mij af in welke mate geestelijk verzorgers of hun organisaties met dit thema structureel bezig zijn. Ik kom graag met hen in gesprek.

Contact opnemen

Meer weten? Neem contact op met Eric van den Berg. Graag maak ik kennis met jou om een succesvolle communicatie-aanpak voor jouw organisatie te bespreken.

Particuliere vragen beantwoorden we niet.

Bel of app tijdens kantoortijden 06-34009124, mail naar hallo@isimedia.nl of ga door naar het contactformulier.

Vraagje

Als je dit artikel waardevol vindt, kun je een gift geven. Daarmee blijven we goede artikelen en tips delen. Dank je wel.

(van iedere gift houdt de betaalintermediair 29 cent in)

Bedrag