Business Development Capability Maturity Model ideaal om kwaliteit online communicatie te bepalen
3.8 (76.67%) 6 votes

Het Business Development Capability Maturity Model is een bewezen volwassenheidsmodel en zeer toepasbaar op de doorlichting van de kwaliteit van (eigen) nieuwe media. De volwassenheidsgraad wordt bepaald aan de hand van vijf stadia uit de BD-CMM: Initieel, Ad hoc, Experimenteel. Functioneel en Getransformeerd. Wij gebruiken deze methode om te bepalen waar een organisatie zich bevindt (en waar het naar toe wil groeien).

De vijf stadia uit de BD-CMM zijn:

Initieel: fase 0

Initieel is een voorfase: feitelijk is er nog geen sprake van inzet, of er is een experimentele inzet (geweest). Er is bijvoorbeeld een Twitteraccount aangemaakt, misschien ook enkele tweets geplaatst, maar al snel niet meer beheerd. Er is een website, maar die wordt amper bijgehouden.

Ad hoc: fase 1

Ad hoc is de eerste fase: het gebruik van nieuwe media is ongestructureerd en vanuit de organisatie weinig doelgericht. Er zijn bijvoorbeeld Twitter- en/of Facebook accounts, maar van de activiteiten is onvoldoende duidelijk of ze structureel bijdragen aan de organisatiedoelen. Medewerkers gebruiken sociale media vaak op persoonlijke titel, en het is onduidelijk hoe de verhouding privé, professioneel en persoonlijk is.

Experimenteel: fase 2

Experimenteel is de volgende fase waarop de organisatie nieuwe media als fenomeen accepteert. De initiatieven worden proefondervindelijk gestart, eventueel is er professionele inhuur of worden stagiaires gevraagd, en de organisatie hoopt van de ervaringen te leren. Afdelingen nemen zelfstandig initiatief. Er ontstaat behoefte aan beleid en een strategie om de initiatieven doelgerichter te maken en controle te krijgen op individuele acties. Het ontvangen en teruggeven van reacties is ongestructureerd en afhankelijk van de kwaliteit en initiatief van een individuele medewerker.

Functioneel: fase 3

Functioneel is het niveau waarop de organisatie nieuwe media doelgericht inzet en als volwaardig middel integreert met bestaande werkprocessen. Twitter en Facebook (bijv.) worden ingezet voor activiteiten als die toegevoegde waarde hebben. Een voorbeeld zijn marketingcampagnes. Doordat medewerkers zeer actief zijn (bijv. twitteren of bloggen) en communiceren met klanten en bedrijven neemt de openheid van de organisatie toe en wordt samenwerking intensiever.

Er wordt beleid opgesteld en best practices voor het gebruik van sociale media. De uitvoer ervan wordt belegd. Het ontvangen en geven van reacties is gestructureerd, bijvoorbeeld door een webcare team en het managerial gebruik van sociale media monitoring tools.

Transformatie: fase 4

Transformatie is het niveau waarop de grenzen tussen de organisatie en ‘de buitenwereld’ vervagen en de organisatie en haar stakeholders transformeren naar een samenwerkingsnetwerk dat nieuwe waarde creëert door de inzet van nieuwe media. Sociale media zijn volledig geïntegreerd in strategie en processen: de organisatie neemt de leiding in het benutten van kansen in de vorm van cocreatie. Nieuwe media worden strategisch en doelgroepgericht ingezet om beïnvloeders te benaderen en samen met hen initiatieven voor waardecreatie te ontplooien.

 

In een traject dat wij doen met klanten, kunnen we met meerdere methoden bepalen waar een organisatie zich bevindt, of dat matcht met het eigen beeld en hoe het met de wens zit om door te groeien naar een eventuele andere fase. Meer weten? Neem contact met ons op hoe wij u kunnen begeleiden.

 

 

Delen in je netwerk: Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestBuffer this pageEmail this to someone