Website op zondag gesloten

Een website op zondag gesloten: een typisch Nederlands verschijnsel is deze online zondagsrust. Websites die op zondag gesloten zijn, bieden geen informatie, je kunt geen contact opnemen of je kunt niet webwinkelen.  Ik geef zes tips aan bedrijven en organisaties die op zondag hun website dicht willen houden. (meer…)

Jezus twitterde al

Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in nederland, gaf begin dit jaar [2013] een vrij pessimistische visie op nieuwe media. Hij had het over een verslaving. Hij is terecht opgewonden. En toch ook niet: Jezus twitterde immers al.

(meer…)

Eric van den Berg: “Instagram is de nieuwe Pinksterbeweging”

Mariënburg organiseert eind volgende maand een Relibazaar over de toekomst van geloven. Op het programma staan enkele tientallen workshops die allemaal een link hebben met dat thema. Een van de workshops zal worden gegeven door Eric van den Berg, dé expert in Nederland op het terrein van kerk en internet. Een gesprek over pionieren, Pokémon en kansen voor religieuze organisaties op het internet.  (meer…)

De customer journey van kerk tot merk

In lezingen, workshops of adviestrajecten geef ik veel praktische en strategische tips om de online zichtbaarheid van kerken en merken te vergroten. Een onderdeel daarvan is inzicht krijgen in de customer journey en touch points. Voor MKB’ers inventariseer ik geregeld customer journeys en touchpoints om tot hogere omzet te komen, betere klantrelaties te ontwikkelen en cross-selling of upselling te stimuleren. (meer…)

Collecteren via een app, hot or not?

Collecteren via een app in de kerk: is dat handig? In 2014 berichtten het ND en het Reformatorisch Dagblad over de ‘collecte-app‘. Met deze app op je smartphone kun je digitaal het collectegeld overmaken. Het Diaconaal Steunpunt van de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt wil zo’n app ontwikkelen om te kunnen collecteren: hot or not? De app was er toen niet maar moet er wel komen, vindt het Diaconaal Steunpunt. (meer…)

Kerk en sociale media in de greep van de Geest

Vaak praat en schrijf ik over kerk en social media en over wat een kerk met social media kan. In dit artikel bespreek ik internetspiritualiteit, voorbeelden van digitale werken van barmhartigheid, digitale presentie en best practices hoe kerken zich verbinden aan Facebook, Twitter of andere platformen. (meer…)

Kerk website bouwen

Wil je zelf een nieuwe kerk website bouwen of een kerk website laten maken? Of je bestaande website van de gemeente of parochie vernieuwen? Lees op deze pagina een kerk website bouwt in WordPress. Je krijgt uitleg, tips, links en voorbeelden. Ik deel graag mijn ervaring die ik heb bij het ondersteunen van tientallen parochies en gemeenten in Nederland en Vlaanderen. Heb je na het lezen van dit artikel vragen, neem dan gerust contact op. Ik help je graag.

(meer…)

Religieuze vrijheid in een digitaal tijdperk

Hoe bewegen online mensenrechten en religieuze vrijheid in een digitaal tijdperk? Aan de hand van de groundswell, Gary Vaynerchuk, paus Johannes Paulus II, Karen Armstrong en de ‘cute cat theory’ van Ethan Zuckerman onderzoek ik vragen als: Zijn er online mensenrechten, bestaat online religie en waar komen religieuze stromingen mee in aanraking? Denk aan hackpogingen, anonieme relibloggers, twitterdiensten, apple-gelovigen en het succes van religie online. (meer…)

Een op de vijf kerken heeft geen eigen website

Van de ruim 4.000 lokale kerkgemeenschappen in Nederland heeft 81% een eigen website. Dat is 3% meer dan drie jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek van ISI Media, dat in de periode september tot oktober 2013 de vijftien grootste kerkgenootschappen beoordeelde op hun aanwezigheid op internet. (meer…)

Vier tips om je kerk website te verbeteren

Deze week kwam de jury van de Webfish Awards bij elkaar om de winnaars te bepalen. Zij worden aanstaande zaterdag op het landelijk congres Kerk2013 in Utrecht bekend gemaakt. Wat opvalt is dat de kwaliteit van de website toeneemt, maar ook dat er nog veel te winnen is. Daarom geef ik vier tips om mensen nog beter te bereiken via de kerkelijke website. (meer…)

Handreiking kerk en social media

Social media bieden kansen voor de kerk. Voor de synode ging een groepje Twitteraars, onder leiding van Lennart Aangeenbrug, aan de slag om een handreiking kerk en social media te schrijven. Ik heb daar ook een bijdrage aan geleverd, net als Fred Omvlee, Wim Stougie, Eline van den Bos en Gerben van Dijk. (meer…)

Maak van de kerk een sterk merk op sociale media

Over het Vaticaan schreef journalist Charles Schwietert eens, dat die kerk het grootste bedrijf ter wereld is met een spirituele CEO. Een sterk merk bovendien: de priester, herkenbaar is aan zijn collaar, een haantje als teken van hoop op het dak, het kruis als een gigantisch sterk symbool met letterlijk levensgrote impact. Die corporate branding is een succesformule gebleken om als christelijke kerk eeuwen te overleven en het geloof aan nieuwe generaties door te geven. (meer…)

Kerk en social media: Onderzoek en behoudt het goede

Het gaf reuring in de PKN-wateren, toen scriba Arjan Plaisier op 6 maart zijn (digitale, sic) opinie gaf over de verbondenheid van de mens met virtuele technologie. Letterlijke verbondenheid, want Plaisier had het over verslaving aan mobieltjes, cutting edge google-brillen en compulsiviteit in twittergedrag. PKN-internetpastor Fred Omvlee wond zich er danig over op en dat is te begrijpen. Vanuit zijn rol als grote roerganger van Mijnkerk.nl, vaart hij het wereldwijde web op om mensen die de kerk hebben verlaten, terug te vinden. (meer…)

Know, like, trust – een gesprek met Eric van den Berg

Wie een mail adresseert aan isimedia.nl, bureau voor digitale me-dia, komt terecht bij Eric van den Berg. Eric ìs ISI Media en omge-keerd. Maar je zegt daarmee lang niet alles, want Eric staat ook voor Katholiek.nl (voorheen Isidorusweb.nl), Handboek Kerk en Internet, Handboek Kerk en Sociale Media, Lucepedia, voorzitter Webfish Award, gebeden voor de iPhone en nog een aantal andere initiatieven. Kortom, wie iets met kerk en nieuwe media te doen heeft of wil hebben, kan moeilijk om Eric heen. Dat moet je ook niet willen, want hij is deskundig, zeer gedreven en loopt over van ideeën, meningen en beschouwinkjes. (meer…)

Kerk en social media | Eric van den Berg

We staan altijd ‘aan’ met onze iPhone en Samsung Galaxy. Kerk en social media zijn bondgenoten van elkaar. Social media worden echter door christelijke kerken nog niet ten volle benut. Ik geef je op deze pagina weer hoe je als kerk met social media kunt omgaan. En wat je beter niet kunt doen (en stel je vraag als je ergens mee zit).  (meer…)

Het Zwitserleven gevoel

Het komt niet vaak voor dat een reclamebureau er zo in slaagt om een slogan of een productnaam zo diep in de Nederlandse cultuur in te sluiten, dat het bijvoorbeeld in de Dikke Van Dale terecht komt. Met Zwitserleven is dat gelukt. De Nederlandse vestiging van het Zwitserse Swiss Life startte in 1983 een uiterst succesvolle reclamecampagne onder de titel ‘het Zwitserleven Gevoel’. Bekende Nederlandse als Joop Doderer, Derek de Lint, Kees Brusse, Famke Janssen, Huub Stapel, Ellen ten Damme en Chris Zegers bezongen op radio en televisie de geneugten van een oude dag in rust en weelde. De reclamespotjes stralen allemaal hetzelfde uit: als je nu goed spaart en zuinig aandoet, dan kun je na je pensioen leven als een god in Frankrijk.

Wuivende palmen, bounty stranden, safari’s, dure auto’s en luxe jachten schetsen de consument een ideaalbeeld voor hoe hun oude dag straks gaat worden. Het ‘Grote Grijze Genieten’ zoals hoogleraar ethiek Frits de Lange al schreef in zijn kritisch essay De armoede van het Zwitserlevengevoel (2008). De Lange vraagt zich af of de concrete, feitelijke pensionado’s eigenlijk wel zo gelukkig zijn met het door hen bereikte volmaakte leven. Reizen, eten en drinken, uitgaan, jezelf verwennen: het pensioen voor de babyboomgeneratie lijkt een hedonistisch belevenisparadijs.
Verschillende onderzoeken laten zien dat deze droom voor een meerderheid van de senioren financieel onhaalbaar is en –nog veel belangrijker – ook onwenselijk. Mensen willen helemaal niet automatisch stoppen met werken als ze met pensioen gaan. Werken wordt namelijk niet alleen gezien als een noodzakelijk kwaad om geld te verdienen maar ook als een uitdrukking van eigenwaarde en de wens om iets voor de maatschappij te (blijven) betekenen.

Nu de bankencrisis de financiële hemel van de babyboomgeneratie heeft laten imploderen, staat dit ideaal van het volmaakte leven ook onder druk. En wel op meerdere manieren. Ten eerste komt door het Zwitserleven-ideaal het hele arbeidzame leven in het teken te staan van het einde van dat leven als er juist niet meer gewerkt hoeft te worden. De aankomende gepensioneerde moet zich tijdens het grootste gedeelte van zijn leven allerlei leuke zaken ontzeggen ten bate van een ideaal waarvan de verwezenlijking nog onzeker is. Je hoopt dat je pensioen je een volmaakt leven schenkt, maar feitelijk moet je gewoon maar afwachten of dat ook gebeurt. Bovendien bestaat het gevoel dat het tegenvalt. Het Zwitserleven-gevoel is dan ook voornamelijk een reclamegeloof.

Dat reclamegeloof past zeer bij de babyboomgeneratie en kent sterke eschatologische aspecten. Immers: de verlossing van alle pijn en ellende (werken, werken, werken) ligt aan het einde van de wereld (pensioen). De eschatologische hoop van de christelijke traditie – als Christus wederkeert de wolken om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te maken – richt het hele gelovige leven op de toekomst. Al het goede dat ons toevalt, is voorlopig, net zoals al het slechte dat ons overkomt of dat we aanrichten. Alles is relatief in het licht van de Eindtijd. Bovendien gaat het om een eschatologische hoop, een geloof dat het na ons leven – in de hemel – beter zal zijn.

Eén van de belangrijkste verschillen tussen het Zwitserse en het christelijke Eschaton is de houdbaarheid. De seculiere hemel van ons pensioen is vol met avontuur en autonomie, maar uiteindelijk zeer tijdelijk. Het volmaakte leven van onze laatmoderne cultuur houdt het maar één á twee decennia uit. Daarna zet het onvermijdbare verval van lichaam en geest in. En al het geld dat je gespaard hebt, kan daar niets aan veranderen. ‘Voor de dood is ieder gelijk,’ is het spreekwoord. Het Zwisterleven-gevoel is een tijdelijke hemel voor het uiteindelijke definitieve einde. De hoop van het christelijke Eschaton ligt juist in het geloof dat er aan het leven in de hemel nooit een einde zal komen. De christelijke hoop is een eeuwige hoop. Het volmaakte leven van een christen is volmaakt in de eeuwige Christus, het volmaakte leven van de babyboomers is volmaakt alleen, en slechts alleen, in al zijn tijdelijkheid.

Het volmaakte Zwitserleven draait om factoren die wij in onze laatmoderne samenleving hoog waarderen: genieten, autonomie, controle en status. Het pensioen is daarmee het hoogtepunt van de American dream van de selfmade man. Het volmaakte leven is vooral een activiteit geworden: je moet er hard voor werken. Met andere woorden: je hebt de volmaaktheid van je leven zelf in de hand (met als bijkomend vraagstuk dat je ook de mislukkingen in je leven voor 100% aan jezelf te danken hebt). Het laatmoderne volmaakte leven is maakbaar, binnen ieders bereik, gedemocratiseerd in zekere zin.

Het volmaakte leven uit de christelijke traditie wordt juist (ook) gezien als een ‘je toegevallen’ volmaakt leven. Het is een kwestie van genade, dat doorheen de tijd tot stand kan komen. Sterke franciscaanse waarden zijn daar, zoals Bonaventura voorlegt in De pertectione vita nederigheid, armoede, stilte en een christocentrische gebedspraktijk. De imperfecte (want zondige) mens is op zoek naar vergeving en verlossing. Het is vervolgens God die zich naar de mens toekeert, om hem tot volmaaktheid te brengen. De volmaaktheid van bijvoorbeeld de heiligen uit de katholieke traditie hebben die heilige volmaaktheid dan ook niet aan zichzelf te danken. Althans, zijzelf geven alle credits aan God, die hen tot die volmaaktheid heeft gebracht. ‘Wees dus onverdeeld goed, zoals jullie hemelse Vader hemel pis,’ zo eindigt Jezus zijn beroemde bergrede (Mt. 5, 48).

In de popcultuur is het besef van de onmogelijkheid van een binnenwereldlijk volmaakt leven een bekend thema. In één van zijn meest bekende nummers zingt Lou Reed over een ‘Perfect day’. Het lied is niet alleen zeer bekend, maar ontzettend vaak gecoverd, aangepast en opnieuw uitgebracht. De muziek op de tekst heeft een nostalgisch-romantische bedding, maar kent een onderliggend muziektechnisch complex patroon. Het lijkt of Lou Reed ala Perry Como zoetgevooisd het volmaakte leven bezingt: ‘Gewoon weg een perfecte dag / sangria dringen in het park / en als het later donker wordt / moeten we naar huis / gewoon weg een perfecte dag / dieren voeren in de zoo / en dan nog een filmpje pikken.’

Maar zo eenvoudig dicht bij een Zwitserleven-gevoel ligt Perfect Day niet. Reeds’ beschrijving is een cynische. De zanger kent een heftig rock’n’roll-leven met seks, drank en drugs. Met de band The Velvet Underground bezong hij heroïne bijvoorbeeld in I’m waiting for the man. Hij zingt, cynisch, over zijn eigen heroïneverslaving in Perfect Day: ‘You’re gonna reap just what you sow’, impliciet verwijzend naar de Galatenbrief. ‘Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten. (Gal 6,7-8).’

Toch voel je het streven, hard, ruw en postmodern bij Perfect Day en het bewustzijn dat de protagonist van de song het wil, maar nog niet redt. Het onverdeeld goede is nog lang niet in zicht. Dat is ook te zien bij Paradise by the dashboard light van Meat Loaf. Opnieuw een liefdesliedje waarin een jongen en een meisje voor de keuze staan om te starten met wat een volmaakt leven kan worden. De tekst is geschreven door de Amerikaanse componist uit de Wagneriaanse Rockopera-stroming Jim Steinman en werd populair door de uitvoering van de Amerikaanse band Meat Loaf bijgestaan door actrice en zangeres Ellen Foley.

Net als Perfect Day kent de muziek meerdere lagen. Aan de oppervlakte zien we een jongen en een meisje, in een klassieke Amerikaanse setting, in een auto aan een meer. Ze zijn als 17-jarigen pril verliefd. Het meisje geeft haar grenzen aan en haar ultieme wens. Ze vraagt de jongen: ‘Hou je van mij? / Zal je altijd van mij houden? / Heb je me nodig? / Zal je me nooit verlaten?’ De jongen vraagt bedenktijd en kiest voor haar. Hij krijgt later spijt van zijn keuze en bidt God om hulp. Het lied krijgt daardoor een nieuwe, spirituele dimensie. ‘Ik denk niet dat ik dit zal overleven / Ik zal mijn belofte niet breken of mijn eed vergeten / Maar alleen God weet wat ik nu nog kan doen / Ik bid voor het einde der tijden / Het is alles dat ik doen kan / Bidden voor het einde der tijden / Zodat ik mijn tijd met jou kan beëindigen.’

Een derde voorbeeld is van de Amerikaanse zanger-kunstenaar David Byrne. In de song Self made man uit 1994 zingt hij: ‘We kunnen de toekomst niet voorspellen / Maar we maken het beste ervan / Mijn kaarten liggen op tafel / en ik gok alles wat ik ben / Sommigen van ons hopen / om met een volmaakt leven te eindigen. Byrne ziet het concept van het Zwitserleven-gevoel bij sommigen van zijn leeftijdsgenoten aan de goktafel ontstaan, waarbij zij met hun diepste ik gokken of het een volmaakt leven wordt, of een verloren leven.

De drie voorbeelden laten zien dat wat de laatmoderne mens als ‘volmaakt’ beschouwd dat in de praktijk na enige tijd toch niet blijkt te zijn. Reed bezingt de monotonie van zijn – overigens in de ogen van de wereld zo geslaagde – saaie leventje. Hij heeft alles voor elkaar – liefde, geld, goed, bezit – maar de vermoeide loomheid slaat eraf.’ Meat Loaf hoopt dat gemaakte keuzes terug kunnen worden gedraaid en David Byrne heeft kritiek dat mensen hun eigen leven al gokkend willen vervolmaken.

De Nederlandstalige popmuziek kent soortgelijke voorbeelden. Vertwijfeld vraagt de dertiger aan zijn vrouw even op de bank komt zitten. Hij is wat minder ‘blij als toen’ ondanks wat ze samen hebben opgebouwd om gelukkig te worden. Het huisje-boompje-beestje-verhaal spreekt hem niet minder aan en vraagt zich af of dat alles is. Hij wil minder van hetzelfde, zoals ieder doorsnee gezin. Het leven loopt anders dan hij zich had voorgesteld. Het volmaakte leven is voor Doe Maar (we bespreken Is dit alles?) nog niet gevonden. De heilige graal: een kind, een huis, getrouwd geeft vragen over hoe je je leven vervolgt. Hij is vooralsnog negatief: ‘Aan het einde zijn we allemaal de klos’.
Herman van Veen bezong de situatie van Lou Reeds’ Perfect Day in zijn nummer Rozengeur en maneschijn:
‘En vandaag is het de elfde / en hij is precies hetzelfde / als de twaalfde of de tiende / ik kreeg wat ik verdiende. En de Zeeuwse band Blof houdt de eschatalogische klinkende hoop in Bijna waar ik zijn moet overeind. Ik ben bijna waar ik zijn moet / Bijna waar ik zijn moet / Bijna op mijn plaats / Die ruimte is van mij / En mocht ik het niet halen / Dan was ik toch dichtbij / Ik ben bijna waar ik zijn moet.

Het ideaal van het volmaakte leven is in onze laatmoderne samenleving – niet geheel verrassend – vooral een binnenwereldlijke aangelegenheid. We moeten in het hier en het nu gelukkig worden, waarbij we alles in het werk moeten stellen om dat te bereiken. Maar eenmaal dat ‘volmaakte leven’ bereikt hebbend, vragen we ons af ‘of dat nu alles is’. Het volmaakte leven van huisje-boompje-beestje verandert van de hemel in de hel zodra de sleur en de vermoeidheid toeslaat. En het volmaakte leven in de herfst van bestaan onder banier van de Zwitserse vlag blijkt uiteindelijk maar al te vlug te eindigen in gebreken, pijn en uiteindelijk de dood.

Het christelijk ideaal van het volmaakte leven kan onze maatschappij vooral een beeld schetsen van een leven dat volmaakt gemaakt wordt, niet zozeer door eigen werken of krachtsinspanningen, maar eerder van buitenaf. Het is de ontmoeting met de mensen om ons heen, en door hen met de levende God, die ons leven volmaakt maakt. En dat hebben we niet helemaal in eigen hand, dat is toe-vallen, pure genade. ‘Wees volmaakt, zoals je vader in de hemel dat is.’ Daar kan geen seflmade Zwitserleven aan tippen.

Samen geschreven met cultuurtheoloog Frank Bosman. Verschenen in Franciscaans Leven, augustus 2012 (jaargang 95, nr. 4)

Kerkelijke communicatie vraagt om adaptief communicatienetwerk

Tijden van bezuinigingen zijn de beste momenten voor innovaties in de kerkelijke communicatie. Zo ook in de katholieke kerk, waar communicatie-afdelingen inkrimpen of verdwijnen. Een adaptief communicatienetwerk is het Nieuwe Communiceren: het helpt de kerk van morgen sterker te maken.

Met de krimp (en zelfs verdwijnen) van diocesane communicatie-afdelingen, alsook de afname van kwaliteit van sommige bestaande katholieke media, wordt het steeds belangrijker na te denken hoe je effectief als kerken kunt communiceren. Communicatie behoort immers tot de kerntaak van het geloof. Of, zoals mediapriester Roderick Vonhögen begin 2012 zei in de Elsevier-special ‘Katholiek’: ‘Alleen communicatie kan de kerk redden’. Vonhögen zegt in zijn artikel dat de kerk de strategie van Google moet volgen en dat de kerk moet investeren in ‘search engine optimization’ (SEO).

Deels heeft hij gelijk. Als je niet via Google gevonden wordt, besta je niet. Maar SEO alleen is niet genoeg. De kerk moet naast SEO ook aan social media management doen, aan multichannels, crosschannels en omnichannels denken. Mensen zoeken steeds vaker via sociale netwerken in plaats van zoekmachines, gebruiken meerdere kanalen, and so on. In een hoekige vergelijking staat Google voor data en Facebook voor mensen. Jezus bekommerde zich niet om data maar wel om de mens en de opbouw van gemeenschappen.

Los van welke vorm van kerkelijke communicatie ook: kernwoord is engagement. Daardoor groeide Jezus’ community van enkele zeer naaste vrienden naar 12 apostelen naar 70 volgers naar 700 volgers. Paulus bemoedigde de groeiende geloofsgemeenschappen en verkondigde het Woord op de Areopagus. De gebruikelijke communicatievormen van die tijd werden gebruikt: debattechnieken en brieven bijvoorbeeld. Communicatie om de communiteit te versterken en uit te breiden.

Ik verwacht niet dat het idee dat ik hier neerleg zo 1-2-3 haalbaar is. Daarvoor is de situatie erg complex. De waan van de dag regeert, er is soms onderlinge kritiek en wantrouwen, er is sprake van een sterke eilandjescultuur, de overlap aan communicatiemiddelen groeit en de kracht van sociale media wordt niet ten volle benut. De organisaties, instituties of initiatieven die er zijn, kennen elkaar maar kennis delen en ondersteuning op kerkelijke communicatie gebeurt mondjesmaat.

Dat neemt niet weg dat het goed is te doordenken hoe de kerk van morgen communiceert. Een belangrijke factor om communicatie te innoveren en te versterken is dat er een ‘sense of urgency’ nodig is. Het is van belang dat er bestuurlijk vermogen wordt gegenereerd om Het Nieuwe Communiceren mogelijk te maken.

Adaptief communicatienetwerk

Dit kan via adaptieve netwerken. Dit zijn volgens Geert Teisman (2005) groepen mensen uit verschillende organisaties die beslissen hoe ze samen innovatiemogelijkheden vinden ten opzichte van hiërarchische systemen. In die zin is het een sociaal subsysteem in de kerk, binnen de kaders van de hiërarchie, dat zoekt naar communicatie-oplossingen, versterking, kennisuitwisseling en groei. Adaptieve netwerken hebben, aldus Sibout Nooteboom, de X-factor. Ze zijn niet alleen sexy, ze werken in de praktijk zeer goed.

Een adaptief communicatienetwerk zoekt naar mogelijkheden waar iedere individuele organisatie niet aan had gedacht. Daarvoor is aanpassingsvermogen nodig aan het netwerk. Dat is een opgave, maar je krijgt er veel voor terug.

Een voorbeeld van een adaptief netwerk is als bedrijven en organisaties samen duurzame energieproducten ontwikkelen. Informeel en professioneel kunnen vertegenwoordigers van stakeholders als overheid, energiebedrijven en universiteiten werken aan passende oplossingen, die de individuele organisatie nooit zelf had kunnen bereiken.

Een kerkelijk adaptief communicatienetwerk lijkt me wel wat. Zo’n netwerk bestaat uit professionals van initiatieven die zich bezighouden met rituele en spirituele communicatie (voorbeeld: Dominicanen.nl, kloosters), maatschappelijke communicatie (voorbeeld: VKMO), morele communicatie (voorbeeld: Katholiek Nieuwsblad), interreligieuze communicatie (voorbeeld: KRI, CID), corporate communicatie (bisdommen, SRKK), pastorale en diaconale communicatie (voorbeeld: School of Catholic Theology) of een combinatie van deze (voorbeeld: Katholiek.nl, KRO-NCRV).

Op bestuurlijk niveau werkt een adaptief communicatienetwerk aan een gezamenlijke strategische visie op algemene katholieke communicatie, het stimuleren van engagement en reputatiemanagement. Het gaat om de vraag wat je communiceert en hoe je de kerk positioneert. Een voorbeeld van een uitwerking is een positionering van een kerk als ‘spiegel van Gods vriendelijkheid’, zoals Hemels dat eens formuleerde. Idealiter is dat een gezamenlijke visie die recht doet aan het gezamenlijk belang én de eigen positie in de kerk.

De omgeving van de kerk geeft daarbij zeer veel factoren die daarbij een rol spelen. Iedere organisatie is afhankelijk van zijn omgeving. Een kerk dus ook. De recessie, het seksueel misbruik, de politieke veranderingen en het individualisme zijn onderwerpen die de kerk kan gebruiken om meerwaarde aan de samenleving te geven. De onderwerpen geven aan het adaptieve netwerk de uitdaging hierop antwoorden te formuleren en te delen met elkaar.

Daarbij is krachtenbundeling en empowerment van de ‘denkers van de kerk’ zinvol, zoals bijvoorbeeld bisschoppen, theologen, communicatieprofessionals, spin doctors, reputatiemanagers, social mediastrategen en marketingcommunicatiespecialisten uit de genoemde initiatieven.

Op instrumenteel niveau (‘de doeners in de kerk’) gaat het bijvoorbeeld om het versterken van parochiebladenservices of huisstijlontwikkeling, de verdere ontwikkeling van massamedia als krant, radio en televisie tot en met het inzetten van nieuwste media zoals conversatie- of distributiekanalen als Twitter, Facebook, podcasts of streaming video.

Op organisatieniveau is het nodig om een geëngageerd netwerk te faciliteren en te stimuleren, zodat engagement naar elkaar en naar buiten toe kan worden bevorderd. Rechtdoen aan ieders eigen vorm van communicatie en belang, kan het netwerk elkaar bemoedigen en versterken door verwijzingen, ad hoc samenwerkingsverbanden of door het vormen van strategische allianties.

Kortom, een katholiek adaptief communicatienetwerk is Het Nieuwe Communiceren voor de kerk. Het kan helpen over de eigen schaduw heen te springen en structureel te werken aan een positief katholiek geluid. Zo’n netwerk kan werken als het gist in het deeg: broodnodig om een goed resultaat te behalen.

Eric van den Berg

(Dit artikel verscheen eerder op Katholiek.nl)

Het Nieuwe Communiceren maakt de kerk van morgen sterker

Tijden van bezuinigingen zijn de beste momenten voor innovaties. Zo ook in de katholieke kerk, waar communicatie-afdelingen inkrimpen of verdwijnen. Een adaptief communicatienetwerk is het Nieuwe Communiceren: het helpt de kerk van morgen sterker te maken.

Met de krimp (en zelfs verdwijnen) van diocesane communicatie-afdelingen, alsook de afname van kwaliteit van sommige bestaande katholieke media wordt het steeds belangrijker na te denken hoe je effectief het geloof kunt communiceren.

Communicatie behoort immers tot de kerntaak van het geloof. Of, zoals mediapriester Roderick Vonhögen dit voorjaar zei in de Elsevier-special ‘Katholiek’: ‘Alleen communicatie kan de kerk redden’. Vonhögen zegt in zijn artikel dat de kerk de strategie van Google moet volgen en dat de kerk moet investeren in ‘search engine optimization’ (SEO).

Deels heeft hij gelijk. Als je niet via Google gevonden wordt, besta je niet. De kerk moet naast SEO ook aan social media management doen. Mensen zoeken steeds vaker via sociale netwerken in plaats van zoekmachines. In een hoekige vergelijking staat Google voor data en Facebook voor mensen. Jezus bekommerde zich niet om data en wel om de mens en de opbouw van gemeenschappen.

Los daarvan. Het kernwoord is engagement. Daardoor groeide Jezus’ community van enkele zeer naaste vrienden naar 12 apostelen naar 70 volgers naar 700 volgers. Paulus bemoedigde de groeiende geloofsgemeenschappen en verkondigde het Woord op de Areopagus. De gebruikelijke communicatievormen van die tijd werden gebruikt: debattechnieken en brieven bijvoorbeeld. Communicatie om de communiteit te versterken en uit te breiden.

Ik verwacht niet dat het idee dat ik hier neerleg zo 1-2-3 haalbaar is. Daarvoor is de situatie zeer complex. De waan van de dag regeert, er is op dit moment onderlinge kritiek en wantrouwen, er is sprake van een sterke eilandjescultuur en de kracht van sociale media wordt nog niet ten volle benut. De organisaties, instituties of initiatieven die er zijn, kennen elkaar maar kennis delen en ondersteuning op katholieke communicatie gebeurt mondjesmaat.

Dat neemt niet weg dat het goed is te doordenken hoe de kerk van morgen communiceert. Een belangrijke factor om communicatie te innoveren en te versterken is dat er een ‘sense of urgency’ nodig is. Het is van belang dat er bestuurlijk vermogen wordt gegenereerd om Het Nieuwe Communiceren mogelijk te maken.
Adaptieve netwerken
Dit kan via adaptieve netwerken. Dit zijn volgens Geert Teisman (2005) groepen mensen uit verschillende organisaties die beslissen hoe ze samen innovatiemogelijkheden vinden ten opzichte van hiërarchische systemen. In die zin is het een sociaal subsysteem in de kerk, binnen de kaders van de hiërarchie, dat zoekt naar communicatie-oplossingen, versterking, kennisuitwisseling en groei. Adaptieve netwerken hebben, aldus Sibout Nooteboom, de X-factor. Ze zijn niet alleen sexy, ze werken in de praktijk zeer goed.

Een adaptief netwerk zoekt naar mogelijkheden waar iedere individuele organisatie niet aan had gedacht. Daarvoor is aanpassingsvermogen nodig aan het netwerk. Dat is een opgave, maar je krijgt er veel voor terug.

Een voorbeeld van een adaptief netwerk is als bedrijven en organisaties samen duurzame energieproducten ontwikkelen. Informeel en professioneel kunnen vertegenwoordigers van stakeholders als overheid, energiebedrijven en universiteiten werken aan passende oplossingen, die de individuele organisatie nooit zelf had kunnen bereiken.

Een katholiek adaptief communicatienetwerk lijkt me wel wat. Zo’n netwerk bestaat uit professionals van initiatieven die zich bezig houden met rituele en spirituele communicatie (voorbeeld: Dominicanen.nl, kloosters), maatschappelijke communicatie (voorbeeld: VKMO), morele communicatie (voorbeeld: Katholiek Nieuwsblad), interreligieuze communicatie (voorbeeld: KRI, CID), corporate communicatie (bisdommen, SRKK), pastorale en diaconale communicatie (voorbeeld: School of Catholic Theology) of een combinatie van deze (voorbeeld: Katholiek.nl, omroep RKK).

Op bestuurlijk niveau werkt een adaptief communicatienetwerk aan een gezamenlijke strategische visie op algemene katholieke communicatie, het stimuleren van engagement en reputatiemanagement. Het gaat om de vraag wat je communiceert en hoe je de kerk positioneert. Een voorbeeld van een uitwerking is een positionering van een kerk als ‘spiegel van Gods vriendelijkheid’, zoals Hemels dat eens formuleerde. Idealiter is dat een gezamenlijke visie die recht doet aan het gezamenlijk belang én de eigen positie in de kerk.

De omgeving van de kerk geeft daarbij zeer veel factoren die daarbij een rol spelen. Iedere organisatie is afhankelijk van zijn omgeving. Een kerk dus ook. De recessie, het seksueel misbruik, de politieke veranderingen en het individualisme zijn onderwerpen die de kerk kan gebruiken om meerwaarde aan de samenleving te geven. De onderwerpen geven aan het adaptieve netwerk de uitdaging hierop antwoorden te formuleren en te delen met elkaar.

Daarbij is krachtenbundeling en empowerment van de ‘denkers van de kerk’ zinvol, zoals bijvoorbeeld bisschoppen, theologen, communicatieprofessionals, spin doctors, reputatiemanagers, social mediastrategen en marketingcommunicatiespecialisten uit de genoemde initiatieven.

Op instrumenteel niveau (‘de doeners in de kerk’) gaat het bijvoorbeeld om het versterken van parochiebladenservices of huisstijlontwikkeling, de verdere ontwikkeling van massamedia als krant, radio en televisie tot en met het inzetten van nieuwste media zoals conversatie- of distributiekanalen als Twitter, Facebook, podcasts of streaming video.

Op organisatieniveau is het nodig om een geëngageerd netwerk te faciliteren en te stimuleren, zodat engagement naar elkaar en naar buiten toe kan worden bevorderd. Rechtdoen aan ieders eigen vorm van communicatie en belang, kan het netwerk elkaar bemoedigen en versterken door verwijzingen, ad hoc samenwerkingsverbanden of door het vormen van strategische allianties.

Kortom, een katholiek adaptief communicatienetwerk is Het Nieuwe Communiceren voor de kerk. Het kan helpen over de eigen schaduw heen te springen en structureel te werken aan een positief katholiek geluid. Zo’n netwerk kan werken als het gist in het deeg: broodnodig om een goed resultaat te behalen.

Wil je meer weten over kerk en communicatie, neem dan contact met op ons zodat we je kunnen helpen.

Overzicht alle Twitterdiensten [update 28 februari 2012]

In 2010 organiseerden marinedominee Fred Omvlee, boedhist Petra Hubbeling en predikant Lex Boot de allereerste twitterdienst in Amsterdam. Dat was in een tijd dat relitwitteraars op een paar handen te tellen waren. In 2010 zwelde het aantal twitteraars van christelijke huize aan, en in 2011 werden de eerste reguliere twitterdiensten gehouden. 2012 wordt het jaar van de twitterdienst, met alleen in januari al 5 twitterdiensten (allemaal in protestantse kerken). (meer…)

15 tips hoe je een priester 2.0 of dominee 2.0 kunt zijn

Tijdens mijn voordracht vanavond voor de priester- en diakenopleiding Vronesteyn van het bisdom Rotterdam vroegen mensen mij naar tips in attitude voor aankomende priesters, diakens en/of pastoraal werkenden. Ik heb er vijftien op een rij gezet, die ook handig zijn voor andere christelijke professionals. Het is zeker niet uitputtend.

(meer…)

Do’s en dont’s om Twitter in een katholieke viering te gebruiken

Steeds vaker wordt Twitter in de kerk gebruikt. Afgelopen weekend werden in Vlaardingen en Hattem de vijfde en zesde twitterdienst gehouden, opnieuw in PKN-gemeenten. Het ‘fenomeen’ twitterdienst volg ik sinds marinedominee Fred Omvlee de allereerste Twitterdienst lanceerde tijdens de ‘LinkedIN Church’ in Amsterdam. Wat is er nodig om Twitter in een katholieke liturgie te gebruiken? Wat zijn de do’s en dont’s?

Dominees twitteren vooral met dominees

Dominees die actief zijn op Twitter, staan vooral in contact met collega’s. Twitter levert daarmee vooral een breder netwerk op. Dat concludeert Mirte Martinus in haar masterscriptie die zij schreef voor haar studie Godsdienstwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Domeinextensies .rkk en .pkn next big thing voor de kerk?

Vorige maand maakte het ICANN bekend dat organisaties nieuwe top-leveldomeinen kunnen aanvragen. Het is the next big thing in de geschiedenis van domeinnamen. Het maakt ook de weg vrij om bijvoorbeeld .rkk en .pkn te registreren voor resp. de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland. Of dat gaat gebeuren is nog maar de vraag.

Op 20 juni 2011 besloot het ICANN, de wereldwijde overkoepelende organisatie voor domeinnamen, dat organisaties en bedrijven eigen TLD’s mogen aanvragen. Een TLD (top level domein) is het meest rechtse deel van een domeinadres, achter de punt. Deze lettercombinatie verwijst naar een land (.nl, .be) of naar een type domein (zoals .com, .net, .org, .mil). Met het besluit van het ICANN worden generieke namen (gTLD’s) als .holland, .shop en dergelijke mogelijk. De eerste aanvragen kunnen vanaf 12 januari 2012 negentig dagen lang bij ICANN worden ingediend. De eerste nieuwe extensies zijn mogelijk voor eind 2012 actief.

Het zou goed en verstandig zijn als de kerken er als de kippen bij zijn en nadenken over gTLD’s als .pkn, .rkk, .gkv, .hhk, .remonstrants, en dergelijke. Vanuit het oogpunt van bijvoorbeeld corporate identity, church branding, SEO en toegankelijkheid is dit belangrijk. Is het niet mooi om al je lokale gemeenschappen onder één vlag aan te bieden?

Haalbaar is het allerminst. Een nieuwe gTLD is een forse investering. Een vergoeding voor een nieuwe gTLD is geschat op 185.000 dollar (140.000 euro) en een voorschot van 5.000 dollar. Daarbovenop komen de kosten voor het technisch en organisatorisch beheer.

Een ander punt is de wenselijkheid. Internationaal speelt al jarenlang een discussie rondom extensies als .god .catholic, .islam, .boeddha of .allah. Die komen ook vanaf 2012 beschikbaar. Het Vaticaan is al langere tijd niet blij dat namen als .catholic, .islam, .jew en dergelijke te koop komen te staan. Zij, en anderen zoals hindoes, zijnbang voor ‘holy cyberwars’.

Nationaal is dat (nog?) niet zo’n issue, hoezeer ik benieuwd ben wie .jezus of .katholiek zal registreren. Extenties als .pkn en .rkk zullen in ieder geval overwogen moeten worden in wiens handen deze moeten danwel kunnen komen.

Bookmark de volgende links als je op de hoogte wil blijven van de nieuwe domeinextenties: