06-34009124 hallo@isimedia.nl

Uitzending Omroep Gelderland over spirituele communicatie

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4 / 5)

Slimme creativiteit in traditionele en nieuwe media. Dat is waar zingevings- en non-profitorganisaties vaak naar op zoek zijn. Communicatieadvies tegen aantrekkelijke tarieven. Door de toenemende digitalisering wordt communicatie steeds complexer. Wat betekent dat voor kerken, gemeenten en onderwijsinstellingen? (meer…)

RTL Nieuws besteedt aandacht aan social media in de kerk

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4.8 / 5)

Kerken zetten steeds vaker social media in. RTL Nieuws interviewde Eric van den Berg en ging op bezoek bij Twitter- en facebookdiensten in Spakenburg en Nunspeet. Aan het woord zie je onder meer Durk Muurling. Ik ontmoette hem recent, en noem hem geregeld als uitstekend voorbeeld hoe je twitter in de kerk kunt gebruiken. (meer…)

Een op de vijf kerken heeft geen eigen website

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4 / 5)

Van de ruim 4.000 lokale kerkgemeenschappen in Nederland heeft 81% een eigen website. Dat is 3% meer dan drie jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek van ISI Media, dat in de periode september tot oktober 2013 de vijftien grootste kerkgenootschappen beoordeelde op hun aanwezigheid op internet. (meer…)

Vier tips om je kerk website te verbeteren

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Deze week kwam de jury van de Webfish Awards bij elkaar om de winnaars te bepalen. Zij worden aanstaande zaterdag op het landelijk congres Kerk2013 in Utrecht bekend gemaakt. Wat opvalt is dat de kwaliteit van de website toeneemt, maar ook dat er nog veel te winnen is. Daarom geef ik vier tips om mensen nog beter te bereiken via de kerkelijke website. (meer…)

Tien geboden voor de kerk op social media

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Op de Leven en Geloven beurs in de Utrechtse Jaarbeurs mocht ik een lezing geven over de kerk op social media. Op verzoek van deelnemers van mijn lezing heb ik de presentatie online gezet: de Tien geboden voor de kerk op social media. (meer…)

Handreiking kerk en social media

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Social media bieden kansen voor de kerk. Voor de synode ging een groepje Twitteraars, onder leiding van Lennart Aangeenbrug, aan de slag om een handreiking kerk en social media te schrijven. Ik heb daar ook een bijdrage aan geleverd, net als Fred Omvlee, Wim Stougie, Eline van den Bos en Gerben van Dijk. (meer…)

Maak van de kerk een sterk merk op sociale media

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Over het Vaticaan schreef journalist Charles Schwietert eens, dat die kerk het grootste bedrijf ter wereld is met een spirituele CEO. Een sterk merk bovendien: de priester, herkenbaar is aan zijn collaar, een haantje als teken van hoop op het dak, het kruis als een gigantisch sterk symbool met letterlijk levensgrote impact. Die corporate branding is een succesformule gebleken om als christelijke kerk eeuwen te overleven en het geloof aan nieuwe generaties door te geven. (meer…)

Kerk en social media: Onderzoek en behoudt het goede

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Het gaf reuring in de PKN-wateren, toen scriba Arjan Plaisier op 6 maart zijn (digitale, sic) opinie gaf over de verbondenheid van de mens met virtuele technologie. Letterlijke verbondenheid, want Plaisier had het over verslaving aan mobieltjes, cutting edge google-brillen en compulsiviteit in twittergedrag. PKN-internetpastor Fred Omvlee wond zich er danig over op en dat is te begrijpen. Vanuit zijn rol als grote roerganger van Mijnkerk.nl, vaart hij het wereldwijde web op om mensen die de kerk hebben verlaten, terug te vinden. (meer…)

Know, like, trust – een gesprek met Eric van den Berg

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4.5 / 5)

Wie een mail adresseert aan isimedia.nl, bureau voor digitale me-dia, komt terecht bij Eric van den Berg. Eric ìs ISI Media en omge-keerd. Maar je zegt daarmee lang niet alles, want Eric staat ook voor Katholiek.nl (voorheen Isidorusweb.nl), Handboek Kerk en Internet, Handboek Kerk en Sociale Media, Lucepedia, voorzitter Webfish Award, gebeden voor de iPhone en nog een aantal andere initiatieven. Kortom, wie iets met kerk en nieuwe media te doen heeft of wil hebben, kan moeilijk om Eric heen. Dat moet je ook niet willen, want hij is deskundig, zeer gedreven en loopt over van ideeën, meningen en beschouwinkjes. (meer…)

Kerk en social media | Eric van den Berg

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4.3 / 5)

We staan altijd ‘aan’ met onze iPhone en Samsung Galaxy. Kerk en social media zijn bondgenoten van elkaar. Social media worden echter door christelijke kerken nog niet ten volle benut. Ik geef je op deze pagina weer hoe je als kerk met social media kunt omgaan. En wat je beter niet kunt doen (en stel je vraag als je ergens mee zit).  (meer…)

Het Zwitserleven gevoel

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 2.5 / 5)

Het komt niet vaak voor dat een reclamebureau er zo in slaagt om een slogan of een productnaam zo diep in de Nederlandse cultuur in te sluiten, dat het bijvoorbeeld in de Dikke Van Dale terecht komt. Met Zwitserleven is dat gelukt. De Nederlandse vestiging van het Zwitserse Swiss Life startte in 1983 een uiterst succesvolle reclamecampagne onder de titel ‘het Zwitserleven Gevoel’. Bekende Nederlandse als Joop Doderer, Derek de Lint, Kees Brusse, Famke Janssen, Huub Stapel, Ellen ten Damme en Chris Zegers bezongen op radio en televisie de geneugten van een oude dag in rust en weelde. De reclamespotjes stralen allemaal hetzelfde uit: als je nu goed spaart en zuinig aandoet, dan kun je na je pensioen leven als een god in Frankrijk.

Wuivende palmen, bounty stranden, safari’s, dure auto’s en luxe jachten schetsen de consument een ideaalbeeld voor hoe hun oude dag straks gaat worden. Het ‘Grote Grijze Genieten’ zoals hoogleraar ethiek Frits de Lange al schreef in zijn kritisch essay De armoede van het Zwitserlevengevoel (2008). De Lange vraagt zich af of de concrete, feitelijke pensionado’s eigenlijk wel zo gelukkig zijn met het door hen bereikte volmaakte leven. Reizen, eten en drinken, uitgaan, jezelf verwennen: het pensioen voor de babyboomgeneratie lijkt een hedonistisch belevenisparadijs.
Verschillende onderzoeken laten zien dat deze droom voor een meerderheid van de senioren financieel onhaalbaar is en –nog veel belangrijker – ook onwenselijk. Mensen willen helemaal niet automatisch stoppen met werken als ze met pensioen gaan. Werken wordt namelijk niet alleen gezien als een noodzakelijk kwaad om geld te verdienen maar ook als een uitdrukking van eigenwaarde en de wens om iets voor de maatschappij te (blijven) betekenen.

Nu de bankencrisis de financiële hemel van de babyboomgeneratie heeft laten imploderen, staat dit ideaal van het volmaakte leven ook onder druk. En wel op meerdere manieren. Ten eerste komt door het Zwitserleven-ideaal het hele arbeidzame leven in het teken te staan van het einde van dat leven als er juist niet meer gewerkt hoeft te worden. De aankomende gepensioneerde moet zich tijdens het grootste gedeelte van zijn leven allerlei leuke zaken ontzeggen ten bate van een ideaal waarvan de verwezenlijking nog onzeker is. Je hoopt dat je pensioen je een volmaakt leven schenkt, maar feitelijk moet je gewoon maar afwachten of dat ook gebeurt. Bovendien bestaat het gevoel dat het tegenvalt. Het Zwitserleven-gevoel is dan ook voornamelijk een reclamegeloof.

Dat reclamegeloof past zeer bij de babyboomgeneratie en kent sterke eschatologische aspecten. Immers: de verlossing van alle pijn en ellende (werken, werken, werken) ligt aan het einde van de wereld (pensioen). De eschatologische hoop van de christelijke traditie – als Christus wederkeert de wolken om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te maken – richt het hele gelovige leven op de toekomst. Al het goede dat ons toevalt, is voorlopig, net zoals al het slechte dat ons overkomt of dat we aanrichten. Alles is relatief in het licht van de Eindtijd. Bovendien gaat het om een eschatologische hoop, een geloof dat het na ons leven – in de hemel – beter zal zijn.

Eén van de belangrijkste verschillen tussen het Zwitserse en het christelijke Eschaton is de houdbaarheid. De seculiere hemel van ons pensioen is vol met avontuur en autonomie, maar uiteindelijk zeer tijdelijk. Het volmaakte leven van onze laatmoderne cultuur houdt het maar één á twee decennia uit. Daarna zet het onvermijdbare verval van lichaam en geest in. En al het geld dat je gespaard hebt, kan daar niets aan veranderen. ‘Voor de dood is ieder gelijk,’ is het spreekwoord. Het Zwisterleven-gevoel is een tijdelijke hemel voor het uiteindelijke definitieve einde. De hoop van het christelijke Eschaton ligt juist in het geloof dat er aan het leven in de hemel nooit een einde zal komen. De christelijke hoop is een eeuwige hoop. Het volmaakte leven van een christen is volmaakt in de eeuwige Christus, het volmaakte leven van de babyboomers is volmaakt alleen, en slechts alleen, in al zijn tijdelijkheid.

Het volmaakte Zwitserleven draait om factoren die wij in onze laatmoderne samenleving hoog waarderen: genieten, autonomie, controle en status. Het pensioen is daarmee het hoogtepunt van de American dream van de selfmade man. Het volmaakte leven is vooral een activiteit geworden: je moet er hard voor werken. Met andere woorden: je hebt de volmaaktheid van je leven zelf in de hand (met als bijkomend vraagstuk dat je ook de mislukkingen in je leven voor 100% aan jezelf te danken hebt). Het laatmoderne volmaakte leven is maakbaar, binnen ieders bereik, gedemocratiseerd in zekere zin.

Het volmaakte leven uit de christelijke traditie wordt juist (ook) gezien als een ‘je toegevallen’ volmaakt leven. Het is een kwestie van genade, dat doorheen de tijd tot stand kan komen. Sterke franciscaanse waarden zijn daar, zoals Bonaventura voorlegt in De pertectione vita nederigheid, armoede, stilte en een christocentrische gebedspraktijk. De imperfecte (want zondige) mens is op zoek naar vergeving en verlossing. Het is vervolgens God die zich naar de mens toekeert, om hem tot volmaaktheid te brengen. De volmaaktheid van bijvoorbeeld de heiligen uit de katholieke traditie hebben die heilige volmaaktheid dan ook niet aan zichzelf te danken. Althans, zijzelf geven alle credits aan God, die hen tot die volmaaktheid heeft gebracht. ‘Wees dus onverdeeld goed, zoals jullie hemelse Vader hemel pis,’ zo eindigt Jezus zijn beroemde bergrede (Mt. 5, 48).

In de popcultuur is het besef van de onmogelijkheid van een binnenwereldlijk volmaakt leven een bekend thema. In één van zijn meest bekende nummers zingt Lou Reed over een ‘Perfect day’. Het lied is niet alleen zeer bekend, maar ontzettend vaak gecoverd, aangepast en opnieuw uitgebracht. De muziek op de tekst heeft een nostalgisch-romantische bedding, maar kent een onderliggend muziektechnisch complex patroon. Het lijkt of Lou Reed ala Perry Como zoetgevooisd het volmaakte leven bezingt: ‘Gewoon weg een perfecte dag / sangria dringen in het park / en als het later donker wordt / moeten we naar huis / gewoon weg een perfecte dag / dieren voeren in de zoo / en dan nog een filmpje pikken.’

Maar zo eenvoudig dicht bij een Zwitserleven-gevoel ligt Perfect Day niet. Reeds’ beschrijving is een cynische. De zanger kent een heftig rock’n’roll-leven met seks, drank en drugs. Met de band The Velvet Underground bezong hij heroïne bijvoorbeeld in I’m waiting for the man. Hij zingt, cynisch, over zijn eigen heroïneverslaving in Perfect Day: ‘You’re gonna reap just what you sow’, impliciet verwijzend naar de Galatenbrief. ‘Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten. (Gal 6,7-8).’

Toch voel je het streven, hard, ruw en postmodern bij Perfect Day en het bewustzijn dat de protagonist van de song het wil, maar nog niet redt. Het onverdeeld goede is nog lang niet in zicht. Dat is ook te zien bij Paradise by the dashboard light van Meat Loaf. Opnieuw een liefdesliedje waarin een jongen en een meisje voor de keuze staan om te starten met wat een volmaakt leven kan worden. De tekst is geschreven door de Amerikaanse componist uit de Wagneriaanse Rockopera-stroming Jim Steinman en werd populair door de uitvoering van de Amerikaanse band Meat Loaf bijgestaan door actrice en zangeres Ellen Foley.

Net als Perfect Day kent de muziek meerdere lagen. Aan de oppervlakte zien we een jongen en een meisje, in een klassieke Amerikaanse setting, in een auto aan een meer. Ze zijn als 17-jarigen pril verliefd. Het meisje geeft haar grenzen aan en haar ultieme wens. Ze vraagt de jongen: ‘Hou je van mij? / Zal je altijd van mij houden? / Heb je me nodig? / Zal je me nooit verlaten?’ De jongen vraagt bedenktijd en kiest voor haar. Hij krijgt later spijt van zijn keuze en bidt God om hulp. Het lied krijgt daardoor een nieuwe, spirituele dimensie. ‘Ik denk niet dat ik dit zal overleven / Ik zal mijn belofte niet breken of mijn eed vergeten / Maar alleen God weet wat ik nu nog kan doen / Ik bid voor het einde der tijden / Het is alles dat ik doen kan / Bidden voor het einde der tijden / Zodat ik mijn tijd met jou kan beëindigen.’

Een derde voorbeeld is van de Amerikaanse zanger-kunstenaar David Byrne. In de song Self made man uit 1994 zingt hij: ‘We kunnen de toekomst niet voorspellen / Maar we maken het beste ervan / Mijn kaarten liggen op tafel / en ik gok alles wat ik ben / Sommigen van ons hopen / om met een volmaakt leven te eindigen. Byrne ziet het concept van het Zwitserleven-gevoel bij sommigen van zijn leeftijdsgenoten aan de goktafel ontstaan, waarbij zij met hun diepste ik gokken of het een volmaakt leven wordt, of een verloren leven.

De drie voorbeelden laten zien dat wat de laatmoderne mens als ‘volmaakt’ beschouwd dat in de praktijk na enige tijd toch niet blijkt te zijn. Reed bezingt de monotonie van zijn – overigens in de ogen van de wereld zo geslaagde – saaie leventje. Hij heeft alles voor elkaar – liefde, geld, goed, bezit – maar de vermoeide loomheid slaat eraf.’ Meat Loaf hoopt dat gemaakte keuzes terug kunnen worden gedraaid en David Byrne heeft kritiek dat mensen hun eigen leven al gokkend willen vervolmaken.

De Nederlandstalige popmuziek kent soortgelijke voorbeelden. Vertwijfeld vraagt de dertiger aan zijn vrouw even op de bank komt zitten. Hij is wat minder ‘blij als toen’ ondanks wat ze samen hebben opgebouwd om gelukkig te worden. Het huisje-boompje-beestje-verhaal spreekt hem niet minder aan en vraagt zich af of dat alles is. Hij wil minder van hetzelfde, zoals ieder doorsnee gezin. Het leven loopt anders dan hij zich had voorgesteld. Het volmaakte leven is voor Doe Maar (we bespreken Is dit alles?) nog niet gevonden. De heilige graal: een kind, een huis, getrouwd geeft vragen over hoe je je leven vervolgt. Hij is vooralsnog negatief: ‘Aan het einde zijn we allemaal de klos’.
Herman van Veen bezong de situatie van Lou Reeds’ Perfect Day in zijn nummer Rozengeur en maneschijn:
‘En vandaag is het de elfde / en hij is precies hetzelfde / als de twaalfde of de tiende / ik kreeg wat ik verdiende. En de Zeeuwse band Blof houdt de eschatalogische klinkende hoop in Bijna waar ik zijn moet overeind. Ik ben bijna waar ik zijn moet / Bijna waar ik zijn moet / Bijna op mijn plaats / Die ruimte is van mij / En mocht ik het niet halen / Dan was ik toch dichtbij / Ik ben bijna waar ik zijn moet.

Het ideaal van het volmaakte leven is in onze laatmoderne samenleving – niet geheel verrassend – vooral een binnenwereldlijke aangelegenheid. We moeten in het hier en het nu gelukkig worden, waarbij we alles in het werk moeten stellen om dat te bereiken. Maar eenmaal dat ‘volmaakte leven’ bereikt hebbend, vragen we ons af ‘of dat nu alles is’. Het volmaakte leven van huisje-boompje-beestje verandert van de hemel in de hel zodra de sleur en de vermoeidheid toeslaat. En het volmaakte leven in de herfst van bestaan onder banier van de Zwitserse vlag blijkt uiteindelijk maar al te vlug te eindigen in gebreken, pijn en uiteindelijk de dood.

Het christelijk ideaal van het volmaakte leven kan onze maatschappij vooral een beeld schetsen van een leven dat volmaakt gemaakt wordt, niet zozeer door eigen werken of krachtsinspanningen, maar eerder van buitenaf. Het is de ontmoeting met de mensen om ons heen, en door hen met de levende God, die ons leven volmaakt maakt. En dat hebben we niet helemaal in eigen hand, dat is toe-vallen, pure genade. ‘Wees volmaakt, zoals je vader in de hemel dat is.’ Daar kan geen seflmade Zwitserleven aan tippen.

Samen geschreven met cultuurtheoloog Frank Bosman. Verschenen in Franciscaans Leven, augustus 2012 (jaargang 95, nr. 4)

Kerkelijke communicatie vraagt om adaptief communicatienetwerk

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Tijden van bezuinigingen zijn de beste momenten voor innovaties in de kerkelijke communicatie. Zo ook in de katholieke kerk, waar communicatie-afdelingen inkrimpen of verdwijnen. Een adaptief communicatienetwerk is het Nieuwe Communiceren: het helpt de kerk van morgen sterker te maken.

Met de krimp (en zelfs verdwijnen) van diocesane communicatie-afdelingen, alsook de afname van kwaliteit van sommige bestaande katholieke media, wordt het steeds belangrijker na te denken hoe je effectief als kerken kunt communiceren. Communicatie behoort immers tot de kerntaak van het geloof. Of, zoals mediapriester Roderick Vonhögen begin 2012 zei in de Elsevier-special ‘Katholiek’: ‘Alleen communicatie kan de kerk redden’. Vonhögen zegt in zijn artikel dat de kerk de strategie van Google moet volgen en dat de kerk moet investeren in ‘search engine optimization’ (SEO).

Deels heeft hij gelijk. Als je niet via Google gevonden wordt, besta je niet. Maar SEO alleen is niet genoeg. De kerk moet naast SEO ook aan social media management doen, aan multichannels, crosschannels en omnichannels denken. Mensen zoeken steeds vaker via sociale netwerken in plaats van zoekmachines, gebruiken meerdere kanalen, and so on. In een hoekige vergelijking staat Google voor data en Facebook voor mensen. Jezus bekommerde zich niet om data maar wel om de mens en de opbouw van gemeenschappen.

Los van welke vorm van kerkelijke communicatie ook: kernwoord is engagement. Daardoor groeide Jezus’ community van enkele zeer naaste vrienden naar 12 apostelen naar 70 volgers naar 700 volgers. Paulus bemoedigde de groeiende geloofsgemeenschappen en verkondigde het Woord op de Areopagus. De gebruikelijke communicatievormen van die tijd werden gebruikt: debattechnieken en brieven bijvoorbeeld. Communicatie om de communiteit te versterken en uit te breiden.

Ik verwacht niet dat het idee dat ik hier neerleg zo 1-2-3 haalbaar is. Daarvoor is de situatie erg complex. De waan van de dag regeert, er is soms onderlinge kritiek en wantrouwen, er is sprake van een sterke eilandjescultuur, de overlap aan communicatiemiddelen groeit en de kracht van sociale media wordt niet ten volle benut. De organisaties, instituties of initiatieven die er zijn, kennen elkaar maar kennis delen en ondersteuning op kerkelijke communicatie gebeurt mondjesmaat.

Dat neemt niet weg dat het goed is te doordenken hoe de kerk van morgen communiceert. Een belangrijke factor om communicatie te innoveren en te versterken is dat er een ‘sense of urgency’ nodig is. Het is van belang dat er bestuurlijk vermogen wordt gegenereerd om Het Nieuwe Communiceren mogelijk te maken.

Adaptief communicatienetwerk

Dit kan via adaptieve netwerken. Dit zijn volgens Geert Teisman (2005) groepen mensen uit verschillende organisaties die beslissen hoe ze samen innovatiemogelijkheden vinden ten opzichte van hiërarchische systemen. In die zin is het een sociaal subsysteem in de kerk, binnen de kaders van de hiërarchie, dat zoekt naar communicatie-oplossingen, versterking, kennisuitwisseling en groei. Adaptieve netwerken hebben, aldus Sibout Nooteboom, de X-factor. Ze zijn niet alleen sexy, ze werken in de praktijk zeer goed.

Een adaptief communicatienetwerk zoekt naar mogelijkheden waar iedere individuele organisatie niet aan had gedacht. Daarvoor is aanpassingsvermogen nodig aan het netwerk. Dat is een opgave, maar je krijgt er veel voor terug.

Een voorbeeld van een adaptief netwerk is als bedrijven en organisaties samen duurzame energieproducten ontwikkelen. Informeel en professioneel kunnen vertegenwoordigers van stakeholders als overheid, energiebedrijven en universiteiten werken aan passende oplossingen, die de individuele organisatie nooit zelf had kunnen bereiken.

Een kerkelijk adaptief communicatienetwerk lijkt me wel wat. Zo’n netwerk bestaat uit professionals van initiatieven die zich bezighouden met rituele en spirituele communicatie (voorbeeld: Dominicanen.nl, kloosters), maatschappelijke communicatie (voorbeeld: VKMO), morele communicatie (voorbeeld: Katholiek Nieuwsblad), interreligieuze communicatie (voorbeeld: KRI, CID), corporate communicatie (bisdommen, SRKK), pastorale en diaconale communicatie (voorbeeld: School of Catholic Theology) of een combinatie van deze (voorbeeld: Katholiek.nl, KRO-NCRV).

Op bestuurlijk niveau werkt een adaptief communicatienetwerk aan een gezamenlijke strategische visie op algemene katholieke communicatie, het stimuleren van engagement en reputatiemanagement. Het gaat om de vraag wat je communiceert en hoe je de kerk positioneert. Een voorbeeld van een uitwerking is een positionering van een kerk als ‘spiegel van Gods vriendelijkheid’, zoals Hemels dat eens formuleerde. Idealiter is dat een gezamenlijke visie die recht doet aan het gezamenlijk belang én de eigen positie in de kerk.

De omgeving van de kerk geeft daarbij zeer veel factoren die daarbij een rol spelen. Iedere organisatie is afhankelijk van zijn omgeving. Een kerk dus ook. De recessie, het seksueel misbruik, de politieke veranderingen en het individualisme zijn onderwerpen die de kerk kan gebruiken om meerwaarde aan de samenleving te geven. De onderwerpen geven aan het adaptieve netwerk de uitdaging hierop antwoorden te formuleren en te delen met elkaar.

Daarbij is krachtenbundeling en empowerment van de ‘denkers van de kerk’ zinvol, zoals bijvoorbeeld bisschoppen, theologen, communicatieprofessionals, spin doctors, reputatiemanagers, social mediastrategen en marketingcommunicatiespecialisten uit de genoemde initiatieven.

Op instrumenteel niveau (‘de doeners in de kerk’) gaat het bijvoorbeeld om het versterken van parochiebladenservices of huisstijlontwikkeling, de verdere ontwikkeling van massamedia als krant, radio en televisie tot en met het inzetten van nieuwste media zoals conversatie- of distributiekanalen als Twitter, Facebook, podcasts of streaming video.

Op organisatieniveau is het nodig om een geëngageerd netwerk te faciliteren en te stimuleren, zodat engagement naar elkaar en naar buiten toe kan worden bevorderd. Rechtdoen aan ieders eigen vorm van communicatie en belang, kan het netwerk elkaar bemoedigen en versterken door verwijzingen, ad hoc samenwerkingsverbanden of door het vormen van strategische allianties.

Kortom, een katholiek adaptief communicatienetwerk is Het Nieuwe Communiceren voor de kerk. Het kan helpen over de eigen schaduw heen te springen en structureel te werken aan een positief katholiek geluid. Zo’n netwerk kan werken als het gist in het deeg: broodnodig om een goed resultaat te behalen.

Eric van den Berg

(Dit artikel verscheen eerder op Katholiek.nl)

Het Nieuwe Communiceren maakt de kerk van morgen sterker

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)

Tijden van bezuinigingen zijn de beste momenten voor innovaties. Zo ook in de katholieke kerk, waar communicatie-afdelingen inkrimpen of verdwijnen. Een adaptief communicatienetwerk is het Nieuwe Communiceren: het helpt de kerk van morgen sterker te maken.

Met de krimp (en zelfs verdwijnen) van diocesane communicatie-afdelingen, alsook de afname van kwaliteit van sommige bestaande katholieke media wordt het steeds belangrijker na te denken hoe je effectief het geloof kunt communiceren.

Communicatie behoort immers tot de kerntaak van het geloof. Of, zoals mediapriester Roderick Vonhögen dit voorjaar zei in de Elsevier-special ‘Katholiek’: ‘Alleen communicatie kan de kerk redden’. Vonhögen zegt in zijn artikel dat de kerk de strategie van Google moet volgen en dat de kerk moet investeren in ‘search engine optimization’ (SEO).

Deels heeft hij gelijk. Als je niet via Google gevonden wordt, besta je niet. De kerk moet naast SEO ook aan social media management doen. Mensen zoeken steeds vaker via sociale netwerken in plaats van zoekmachines. In een hoekige vergelijking staat Google voor data en Facebook voor mensen. Jezus bekommerde zich niet om data en wel om de mens en de opbouw van gemeenschappen.

Los daarvan. Het kernwoord is engagement. Daardoor groeide Jezus’ community van enkele zeer naaste vrienden naar 12 apostelen naar 70 volgers naar 700 volgers. Paulus bemoedigde de groeiende geloofsgemeenschappen en verkondigde het Woord op de Areopagus. De gebruikelijke communicatievormen van die tijd werden gebruikt: debattechnieken en brieven bijvoorbeeld. Communicatie om de communiteit te versterken en uit te breiden.

Ik verwacht niet dat het idee dat ik hier neerleg zo 1-2-3 haalbaar is. Daarvoor is de situatie zeer complex. De waan van de dag regeert, er is op dit moment onderlinge kritiek en wantrouwen, er is sprake van een sterke eilandjescultuur en de kracht van sociale media wordt nog niet ten volle benut. De organisaties, instituties of initiatieven die er zijn, kennen elkaar maar kennis delen en ondersteuning op katholieke communicatie gebeurt mondjesmaat.

Dat neemt niet weg dat het goed is te doordenken hoe de kerk van morgen communiceert. Een belangrijke factor om communicatie te innoveren en te versterken is dat er een ‘sense of urgency’ nodig is. Het is van belang dat er bestuurlijk vermogen wordt gegenereerd om Het Nieuwe Communiceren mogelijk te maken.
Adaptieve netwerken
Dit kan via adaptieve netwerken. Dit zijn volgens Geert Teisman (2005) groepen mensen uit verschillende organisaties die beslissen hoe ze samen innovatiemogelijkheden vinden ten opzichte van hiërarchische systemen. In die zin is het een sociaal subsysteem in de kerk, binnen de kaders van de hiërarchie, dat zoekt naar communicatie-oplossingen, versterking, kennisuitwisseling en groei. Adaptieve netwerken hebben, aldus Sibout Nooteboom, de X-factor. Ze zijn niet alleen sexy, ze werken in de praktijk zeer goed.

Een adaptief netwerk zoekt naar mogelijkheden waar iedere individuele organisatie niet aan had gedacht. Daarvoor is aanpassingsvermogen nodig aan het netwerk. Dat is een opgave, maar je krijgt er veel voor terug.

Een voorbeeld van een adaptief netwerk is als bedrijven en organisaties samen duurzame energieproducten ontwikkelen. Informeel en professioneel kunnen vertegenwoordigers van stakeholders als overheid, energiebedrijven en universiteiten werken aan passende oplossingen, die de individuele organisatie nooit zelf had kunnen bereiken.

Een katholiek adaptief communicatienetwerk lijkt me wel wat. Zo’n netwerk bestaat uit professionals van initiatieven die zich bezig houden met rituele en spirituele communicatie (voorbeeld: Dominicanen.nl, kloosters), maatschappelijke communicatie (voorbeeld: VKMO), morele communicatie (voorbeeld: Katholiek Nieuwsblad), interreligieuze communicatie (voorbeeld: KRI, CID), corporate communicatie (bisdommen, SRKK), pastorale en diaconale communicatie (voorbeeld: School of Catholic Theology) of een combinatie van deze (voorbeeld: Katholiek.nl, omroep RKK).

Op bestuurlijk niveau werkt een adaptief communicatienetwerk aan een gezamenlijke strategische visie op algemene katholieke communicatie, het stimuleren van engagement en reputatiemanagement. Het gaat om de vraag wat je communiceert en hoe je de kerk positioneert. Een voorbeeld van een uitwerking is een positionering van een kerk als ‘spiegel van Gods vriendelijkheid’, zoals Hemels dat eens formuleerde. Idealiter is dat een gezamenlijke visie die recht doet aan het gezamenlijk belang én de eigen positie in de kerk.

De omgeving van de kerk geeft daarbij zeer veel factoren die daarbij een rol spelen. Iedere organisatie is afhankelijk van zijn omgeving. Een kerk dus ook. De recessie, het seksueel misbruik, de politieke veranderingen en het individualisme zijn onderwerpen die de kerk kan gebruiken om meerwaarde aan de samenleving te geven. De onderwerpen geven aan het adaptieve netwerk de uitdaging hierop antwoorden te formuleren en te delen met elkaar.

Daarbij is krachtenbundeling en empowerment van de ‘denkers van de kerk’ zinvol, zoals bijvoorbeeld bisschoppen, theologen, communicatieprofessionals, spin doctors, reputatiemanagers, social mediastrategen en marketingcommunicatiespecialisten uit de genoemde initiatieven.

Op instrumenteel niveau (‘de doeners in de kerk’) gaat het bijvoorbeeld om het versterken van parochiebladenservices of huisstijlontwikkeling, de verdere ontwikkeling van massamedia als krant, radio en televisie tot en met het inzetten van nieuwste media zoals conversatie- of distributiekanalen als Twitter, Facebook, podcasts of streaming video.

Op organisatieniveau is het nodig om een geëngageerd netwerk te faciliteren en te stimuleren, zodat engagement naar elkaar en naar buiten toe kan worden bevorderd. Rechtdoen aan ieders eigen vorm van communicatie en belang, kan het netwerk elkaar bemoedigen en versterken door verwijzingen, ad hoc samenwerkingsverbanden of door het vormen van strategische allianties.

Kortom, een katholiek adaptief communicatienetwerk is Het Nieuwe Communiceren voor de kerk. Het kan helpen over de eigen schaduw heen te springen en structureel te werken aan een positief katholiek geluid. Zo’n netwerk kan werken als het gist in het deeg: broodnodig om een goed resultaat te behalen.

Wil je meer weten over kerk en communicatie, neem dan contact met op ons zodat we je kunnen helpen.

Overzicht alle Twitterdiensten [update 28 februari 2012]

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

In 2010 organiseerden marinedominee Fred Omvlee, boedhist Petra Hubbeling en predikant Lex Boot de allereerste twitterdienst in Amsterdam. Dat was in een tijd dat relitwitteraars op een paar handen te tellen waren. In 2010 zwelde het aantal twitteraars van christelijke huize aan, en in 2011 werden de eerste reguliere twitterdiensten gehouden. 2012 wordt het jaar van de twitterdienst, met alleen in januari al 5 twitterdiensten (allemaal in protestantse kerken). (meer…)

15 tips hoe je een priester 2.0 of dominee 2.0 kunt zijn

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Tijdens mijn voordracht vanavond voor de priester- en diakenopleiding Vronesteyn van het bisdom Rotterdam vroegen mensen mij naar tips in attitude voor aankomende priesters, diakens en/of pastoraal werkenden. Ik heb er vijftien op een rij gezet, die ook handig zijn voor andere christelijke professionals. Het is zeker niet uitputtend.

(meer…)

Do’s en dont’s om Twitter in een katholieke viering te gebruiken

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)
Steeds vaker wordt Twitter in de kerk gebruikt. Afgelopen weekend werden in Vlaardingen en Hattem de vijfde en zesde twitterdienst gehouden, opnieuw in PKN-gemeenten. Het ‘fenomeen’ twitterdienst volg ik sinds marinedominee Fred Omvlee de allereerste Twitterdienst lanceerde tijdens de ‘LinkedIN Church’ in Amsterdam. Wat is er nodig om Twitter in een katholieke liturgie te gebruiken? Wat zijn de do’s en dont’s?

Dominees twitteren vooral met dominees

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4 / 5)
Dominees die actief zijn op Twitter, staan vooral in contact met collega’s. Twitter levert daarmee vooral een breder netwerk op. Dat concludeert Mirte Martinus in haar masterscriptie die zij schreef voor haar studie Godsdienstwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Domeinextensies .rkk en .pkn next big thing voor de kerk?

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4 / 5)

Vorige maand maakte het ICANN bekend dat organisaties nieuwe top-leveldomeinen kunnen aanvragen. Het is the next big thing in de geschiedenis van domeinnamen. Het maakt ook de weg vrij om bijvoorbeeld .rkk en .pkn te registreren voor resp. de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland. Of dat gaat gebeuren is nog maar de vraag.

Op 20 juni 2011 besloot het ICANN, de wereldwijde overkoepelende organisatie voor domeinnamen, dat organisaties en bedrijven eigen TLD’s mogen aanvragen. Een TLD (top level domein) is het meest rechtse deel van een domeinadres, achter de punt. Deze lettercombinatie verwijst naar een land (.nl, .be) of naar een type domein (zoals .com, .net, .org, .mil). Met het besluit van het ICANN worden generieke namen (gTLD’s) als .holland, .shop en dergelijke mogelijk. De eerste aanvragen kunnen vanaf 12 januari 2012 negentig dagen lang bij ICANN worden ingediend. De eerste nieuwe extensies zijn mogelijk voor eind 2012 actief.

Het zou goed en verstandig zijn als de kerken er als de kippen bij zijn en nadenken over gTLD’s als .pkn, .rkk, .gkv, .hhk, .remonstrants, en dergelijke. Vanuit het oogpunt van bijvoorbeeld corporate identity, church branding, SEO en toegankelijkheid is dit belangrijk. Is het niet mooi om al je lokale gemeenschappen onder één vlag aan te bieden?

Haalbaar is het allerminst. Een nieuwe gTLD is een forse investering. Een vergoeding voor een nieuwe gTLD is geschat op 185.000 dollar (140.000 euro) en een voorschot van 5.000 dollar. Daarbovenop komen de kosten voor het technisch en organisatorisch beheer.

Een ander punt is de wenselijkheid. Internationaal speelt al jarenlang een discussie rondom extensies als .god .catholic, .islam, .boeddha of .allah. Die komen ook vanaf 2012 beschikbaar. Het Vaticaan is al langere tijd niet blij dat namen als .catholic, .islam, .jew en dergelijke te koop komen te staan. Zij, en anderen zoals hindoes, zijnbang voor ‘holy cyberwars’.

Nationaal is dat (nog?) niet zo’n issue, hoezeer ik benieuwd ben wie .jezus of .katholiek zal registreren. Extenties als .pkn en .rkk zullen in ieder geval overwogen moeten worden in wiens handen deze moeten danwel kunnen komen.

Bookmark de volgende links als je op de hoogte wil blijven van de nieuwe domeinextenties:

6 tips voor christenen die social media willen gebruiken

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)
Ook voor christenen zijn sociale netwerksites niet meer weg te denken. Volstrekt nieuw en wil je weten of je iets moet doen met social media? Deze zes tips kunnen helpen. Immers, meer dan een kwart van alle Nederlanders gebruikt een of meerdere social netwerksites (bijvoorbeeld LinkedIN 26,1%, Twitter 26,8%).
1) Ken jezelf. Ken de waarden van je eigen geloof en hoe je in het geloof staat. Overtuig anderen niet van jouw mening of geloof, maar laat uit je posts je geloof en karakter van nature doorsijpelen.
2) Wees eerlijk. Als je weet waar je staat in je geloof, wees daar dan eerlijk over. Authenticiteit is belangrijker dan voordoen dat je een perfecte heilige of een eeuwige zondaar bent. Niemand vraagt dat je een perfect gelovige bent en niet iedereen vertrouwt dat wellicht ook niet. Het is gemakkelijker sympathie te hebben met iemand die eerlijk is over zijn geloof en eigen geloofspositie. Authentiek is van oudsher #1 in social media.
3) Oordeel niet. Doe je niet heiliger voor dan je bent. Vermijd oordelen over anderen. Als je het niet eens bent met iemand, geef hem of haar het voordeel van de twijfel of vraag verduidelijking voordat je iemands reactie beoordeelt (zeker als je iemand alleen online kent). Kritiek en kritisch zijn mag, maar sluit persoonlijke oordelen uit.
4) Geen jargon graag. Gebruik geen binnenkerkelijk of theologisch verheven taalgebruik. Gebruik woorden die door anderen begrepen worden. Probeer te schrijven op een leesniveau B1. Dit niveau staat voor:
Ik kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit hoogfrequente, alledaagse of aan mijn werk gerelateerde taal. Ik kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen. Ongeveer 40 procent van de Nederlandse bevolking beschikt over dit taalniveau. Veel gratis kranten hanteren dit taalniveau.
Je kunt het leesniveau van teksten controleren via http://www.accessibility.nl/internet/tools/leesniveau_tool bijvoorbeeld. Deze tekst is een voorbeeld van een B1-tekst.
5) Wees positief. Kritisch zijn mag, maar haal niemand neer. Probeer opbouwend in geloof en taal naar de ander te reageren. Als je vaak negatief bent, zullen mensen je negeren, afwijzen of tegen je ingaan: sociale media en sociale controle is een sterk duo.
6) Gebruik multimedia. Het gebruik van allerlei media om uw publiek betrekken is uitstekend. Door het gebruik van verschillende middelen, zoals een filmpje, een blog of levendig twitteren helpt om je doelgroep te bereiken. Het maakt je niet hip of sexy, maar je kunt er uitstekend mee nieuwe mensen bereiken en interesseren.

Digitale werken van barmhartigheid – VPWinfo.nl

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Sociale netwerksites als Facebook, Hyves of Twitter zijn dagelijks in het nieuws. Egypte, Geert Wilders of het ontslag van een korpschef: geregeld zorgen deze sociale media ervoor dat nieuws ontstaat. Miljoenen mensen zijn via sociale media aan elkaar verbonden en delen lief en leed. Ook pastoraal werkers kunnen deze sociale media gebruiken een bron om mensen met elkaar en met God te verbinden.

In het slothoofdstuk van mijn Handboek Kerk en Internet schrijf ik over digitale werken van barmhartigheid. We zitten in een fase waarin we internet opnieuw op waarde schatten en zoeken naar omgangsvormen. De bijbelse gedachte van naastenliefde en barmhartigheid kan daarbij helpen.

De bron van de ‘traditionele’ werken van barmhartigheid is het evangelie van Matteus, als de bokken van de schapen worden gescheiden en de evangelist verhaalt over de barmhartigheid, eindigend met de verzekering van Christus: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” (Mt. 25,40).
In dit evangelie staan de ‘fysieke’ werken, gericht op de fysieke zorg van de medemens. In de Middeleeuwen zijn de ‘geestelijke’ werken van barmhartigheid uitgewerkt die gericht zijn op de zielzorg van de medemens. De idee van de digitale werken van barmhartigheid zijn mij ingegeven omdat er feitelijk geen fysieke wereld is op internet. Die virtuele wereld is soms zo anders hoe we met elkaar omgaan en hoe mensen met het medium omgaat, dat wellicht een andere benadering van de werken past.

We kunnen daarbij aansluiting vinden bij de Summa Theologia van Thomas van Aquino. De grote theoloog zegt daarin dat barmhartigheid gevoelsmatig medelijden is en tegelijkertijd een daadwerkelijk handelen insluit. Meeleven is niet genoeg: naast iemand in de put staan en met de handen uit de mouwen bemoedigen is een noodzaak.
Voor mij zijn digitale werken van barmhartigheid het bieden van een luisterend oor, het samen digitaal bidden, mensen helpen door naar andere mensen te verwijzen, of door hen die in de put zitten steun en bemoediging of goede raad te bieden. Of wat te denken van mensen die uit eenzaamheid urenlang op het web doorbrengen? Of computerverslaafden?
Waar mensen zijn, daar is barmhartigheid aanwezig of nodig om aan te bieden. Als er een plek is waar mensen zich verzamelen dan zijn het sociale netwerksites wel.

Ik merk in de trainingen en lezingen die ik geef, dat sommigen vijandig staan tegenover dit alledaagse digitaal gedrag. Zo van: wat heb je eraan om je leven te delen? Wat voor zin heeft het om te laten weten wat iemand heeft gegeten? Ik maak graag de vergelijking met opmerkingen van medereizigers die je in de trein hoort: je hebt er feitelijk niets aan, maar je hoeft je je er niet aan te storen. Wellicht kan het ook een aanknopingspunt zijn tot een ontmoeting.
Laat ik Twitter als voorbeeld nemen. Twitter is een berichtendienst waarmee mensen elkaar berichtjes (‘tweets’) kunnen sturen van maximaal 140 tekens per keer. Dat kunnen publiekelijke en privéberichten zijn. Twitter kent in Nederland ongeveer een kwart miljoen gebruikers. Nederlanders zijn wereldkampioen twitteren en het lijkt erop dat deze microblog symbool is voor de vele vormen van sociale media.

Op Twitter zijn genoeg momenten en voorbeelden te vinden om barmhartigheid in de praktijk te brengen. Een paar voorbeelden die ik de laatste maanden voorbij heb zien komen: Een vrouw uit Groningen bij wiens kleinkind kanker is geconstateerd. Een oudere man met ernstige geldproblemen. Een student uit Utrecht die zijn rijbewijs niet heeft gehaald. Iemand die zware operatie heeft ondergaan in een ziekenhuis. Met hen meeleven en in actie komen: door een bericht te sturen, hulp aan te bieden of even te laten weten dat je er bent zijn eenvoudige digitale werken van barmhartigheid.

Zo had ik laatst een kleine twitterconversatie met een vrouw die ik alleen ken via Twitter. Ik twitter af en toe met haar over dagelijkse zaken. Het nieuws, het weer, vakantie en af en toe pastoor Paul Vlaar omdat ze weet dat ik katholiek ben. Van een afstand gezien oppervlakkige uitwisselingen. Ineens ging het digitale gesprek veel dieper. De aanleiding was, dat ze zocht naar het graf van een overleden tante, een kloosterlinge en het enige familielid waarmee ze goed contact had. Ik wist dat verhaal uiteraard niet, maar blijkbaar was er het vertrouwen waarin zij dit wilde delen en mij bevroeg. Ik heb haar kunnen helpen door een luisterend oor te zijn en tips te geven hoe je een graf vind van een congregatie.

Nu ben ik geen pastoraal werker, maar een informatiewetenschapper. Een pastoraal werker zou in een dergelijk contact verder daarin kunnen gaan: een digitaal gesprek over relaties en overlijden is niet uit te sluiten.

Van verschillende priesters, dominees en pw’ers hoor ik, dat hun ‘digitale presentie’ helpt voor mensen die in de put zitten. Ze zijn een klankbord of digitale vraagbaak. Twitter is laagdrempelig en een berichtje of een vraag is snel gesteld. Pw’ers kunnen geestelijke bijstand geven aan mensen die met levensvragen zitten. Of als digitale buurtwerker aanwezig zijn en samen te zoeken naar nieuwe wegen.
Doordat Twitter snel en kort is, valt er soms ook wat om. Twitter is niet voor ieder doel geschikt. Het Evangelie volgens Twitter bestaat daardoor niet: twitteren volgens de werken van barmhartigheid een reële kans.

Dit artikel van mij verscheen in VPWInfo.nl in juli 2011.

De schepping van de social media (naar Gen. 1 en 2)

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)
Ter inspiratie voor de mensen van twitterdiensten en liefhebbende christenen van kerk en social media heb ik de eerste twee hoofdstukken van Genesis herschreven, alsof het om de ontwikkeling van internet en sociale media gaat. Genesis 1 en 2 (de echte) gelden als openbaringsverhaal en een geschiedenisschets van de grote werken van God. Mijn hervertelling kun je als kwinkslag zien en bedoeld om het goede te zien van social media. Ik heb geenszins de intentie bijbelvaste christenen voor het hoofd te stoten. Echter, internet en sociale media mogen we als een gave van God beschouwen en aan ons de taak het goed te gebruiken.

Blijmoedig en onbevangen het web op

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)

‘Kerken moeten uit hun ivoren toren komen en naar plekken gaan waar mensen zijn’

Er zijn een paar ‘internetgoeroes’ op het kerkelijke erf in Nederland. Soms valt er een af, of komt er een bij. Eric van den Berg is een constante factor. Hij is spraakmakend in de gedachtevorming over kerk en internet en met zijn bedrijf ISI Media geeft hij trainingen over de praktische toepassingen van sociale media voor de kerkelijke praktijk. Onlangs verscheen van zijn hand het ‘Handboek kerk en internet’. ‘Met de benen op tafel’ kijkt hij eens om zich heen.

Web 2.0 is het toverwoord tegenwoordig. Die term staat voor een ontwikkeling op het internet waarbij de relatie tussen de zender en de ontvanger fundamenteel verandert. In de fase web 1.0 was het instituut de zender en gebruikte men massacommunicatie om het individu te bereiken. Eenrichtingsverkeer dus. Die situatie is voorgoed voorbij. Web 2.0 is een interactieve netwerkgemeenschap waarin instituten als autoriteit op hun retour zijn en individuen zelf zender worden. De internetter van vandaag kiest zelf met wie hij communiceert op Facebook of Linkedin, geeft zijn mening te kennen via Twitter, blogs of filmpjes op You Tube, zoekt en vraagt informatie die zij zelf wil hebben. Wikipedia, de on line encyclopedie die door internetgebruikers zelf is samengesteld, is daar het mooiste voorbeeld van. Er is niet één waarheid, maar er zijn duizenden waarheden waarin je als gebruiker moet schiften en selecteren. Web 3.0 zou de volgende stap worden. Dat wordt dan een echte netwerkruimte waarin instituut en individu in gelijke mate met elkaar communiceren. ‘Dat lijkt me wel heel idealistisch, in deze ontwikkeling ga ik niet mee’, zegt Eric. ‘Individuen voegen vanuit hun eigen kracht en talent dingen toe aan het web, maar het instituut zal blijven. In iedere groep is er vraag naar iemand die de leiding neemt, is mijn ervaring.’

Aanvulling

Barst los! Wat is er positief aan sociale media? Waarom moeten kerken er gebruik van gaan maken? Eric: ‘Ik ben geen sociale media – evangelist hoor, maar een realist die de gebruiksmogelijkheden van internet ziet en wil benutten. Voor een organisatie geldt dat je sociale media moet gebruiken als je doelgroep er zit en als het iets toevoegt aan het werk. In dat geval zijn de sociale media een onderdeel van de communicatiestrategie. Dat geldt voor kerken natuurlijk evenzo. Sociale media zijn een aanvulling op de traditionele manieren van communicatie. Het voordeel ervan is dat mensen gemakkelijk te benaderen zijn en dat ze snel reageren. Je kunt er onder meer kennis opdoen, ervaringen delen en getroost worden. De institutionele kerken sterven uit, maar religieuze vragen worden in de hele wereld besproken. Kerken moeten niet in hun eigen hok blijven, maar afdalen uit hun ivoren toren en het goede verhaal dat zij hebben ook buiten de veilige muren van hun kerkgebouw vertellen. Mensen opzoeken, vragen wat hen beweegt en nieuwe vormen van gemeenschap zoeken. Sommige collega’s op internet kiezen ervoor om eerst herrie te maken, dan komen de theologische vragen vanzelf aan de orde, is de gedachte. Sommige zoeken het in authenticiteit. Ik ben meer een creatieveling. Ik gooi tien ballen in de lucht, als er twee werken ben ik tevreden, van die andere acht heb ik dan geleerd’.

Toepassingen

Welke toepassingen van het gebruik van sociale media kunnen voor de kerken van belang zijn? Eric: ‘In deze tijd van het jaar heb ik vierhonderd volgers op de twittergroep @veertigdagen. Iedere dag stuur ik een of twee berichtjes, gedachten, vragen, psalmen, muziek of ik verwijs naar andere groepen. @followfriday bijvoorbeeld roept op om mensen op Twitter te volgen met wie je iets goed te maken hebt. Mooi initiatief in deze tijd voor Pasen toch? Mensen sturen mij weer berichten terug en zo onderhoud ik een soort van pastorale relatie met een grote groep van mensen. In mijn groep @katochismus geef ik de katholieke leer in korte berichtjes weer. Je hebt ook verschillende websites en applicaties op mijn telefoon waarop je on line kunt biechten. Sommige zijn alleen fun, maar de meer serieuze sites helpen je bij een persoonlijk gewetensonderzoek als voorbereiding op de daadwerkelijke biecht bij een priester. Als je er gevoelig voor bent kunt je wellicht ook rituelen beleven via internet. Je kunt bijvoorbeeld virtueel op bedevaart gaan naar Santiago de Compostela door iedere dag bewust een website te bezoeken en zo een nieuwe start in je leven te maken. Onderzoeken wijzen uit dat er geen verschil in beleving en effect is tussen mensen die wandelen en mensen die de website bezoeken. Voor de groepen die de website bezoeken werkt het blijkbaar. In onze eigen omgeving hadden we onlangs natuurlijk het experiment van het Twidden, het bidden via Twitter. Tot mijn verbazing werden er heel wat gebeden getwittert. En nieuw was ook een twitterdienst in Wezep, waarbij twitteren in een reguliere dienst was toegestaan. Alle berichtjes werden op een groot scherm geprojecteerd. Jongeren waren positief en gaven actief feedback op de predikant. En ook mensen van buiten konden reageren. Mijn punt is: Laten we deze initiatieven niet meteen normatief benaderen –mij zeggen ze ook niet altijd wat – , we moeten ze gewoon uitproberen op hun gebruiksmogelijkheden.’

Kritiek

In de week dat we dit gesprek voeren zijn er juist allerlei kritische artikelen over Twitter en sociale media in de kranten verschenen. Stine Jensen schrijft voor de Maand van de Filosofie het essay Echte vrienden. Zij hekelt daarin het narcisme en de diepe zucht naar bevestiging die uit de persoonlijke profielen blijkt. En de illusie van vriendschap zonder intimiteit. ‘Facebook gaat over de net niet echte vrienden’, zegt ze. Sociologe Sherry Turkle beschrijft in haar boek Alone Together hoe mobiele telefoons en computers mensen veranderen. ‘Angst is het onbekende begrip. Je kunt ieder moment straffeloos het contact verbreken. Wat doet dat met mensen? Indringende vragen! Zijn we te positief over sociale media?
Eric: ‘Ik deel de kritiekpunten, maar zie ook de uitdagingen. Er staat inderdaad veel te veel informatie op internet, waardoor schiften moeilijk is. Daar moet je verstandig mee omgaan. Twitterberichten gaan vaak over snel wisselende thema’s, dat is inderdaad vluchtig. Maar ik ben wel als eerste op de hoogte. Je maakt alles real time mee, het zijn allemaal nu-momenten achter elkaar. Ik ben een bewuste consument en meander mee op de golven. Mijn uitdaging is om de contacten die ik leg ook duurzaam te maken. Na de twitterhype van vorig jaar beweegt de slinger zich al weer terug. Mensen gaan veel realistischer met de sociale media om en checken hun accounts op vaste tijden. Ik zie overigens een veel groter gevaar, namelijk het verschijnsel the medium is the medium. De gebruiker wordt produser, producer en consument tegelijk. Hij of zij creëert een beeld van zichzelf op internet en ontleent identiteit aan dit imago. Die schijn moet je dan blijven ophouden voor de buitenwacht. Als jongeren in zo’n volledig in de media geconstrueerde wereld leven, is het moeilijk om hun ware ik nog te vinden en aan bod te laten komen. Wat doet dat met de persoonlijkheidsstructuur van jonge mensen?

Beminde gelovigen

Wil de goeroe nog een slotwoord tot zijn volgelingen richten? Eric: ‘ Kerkmensen moeten geen angst hebben voor internet en sociale media, voor het onbekende en voor de techniek. De techniek gaat niet met je aan de haal als je er bewust mee omgaat. Duik erin, kijk wat je er aan kunt hebben, zie het als middel om mensen te ontmoeten. Voor ouderen met name kan het een uitkomst zijn. Ik geef nog al eens cursussen op vrijdagmiddag als mensen borrels hebben. Ik zet Facebook, Twitter en Linkedin dan open en vraag mijn volgers om mijn cursisten te groeten. Binnen 5 minuten heb ik twintig reacties. Dan hoef ik niet zo veel meer uit te leggen over de werking en de voordelen van sociale media’.

Michel Peters

Dit interview verscheen in Remonstrants Maandblad AdRem, jaargang 22, nr 14, mei 2011

De Reizen van Paulus via Google Maps en Google Earth

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 3 / 5)
Zo af en toe doe ik eens een digitale vingeroefening. Gisteren en vandaag ben ik Paulus nagereisd op Google Maps. Ik heb lijnen getrokken, en iedere stopplaats (zoals in de bijbel, vnl. het bijbelboek Handelingen) vermeld. Iedere plaats kun je aanklikken voor bijbelteksten/referenties.

Twidden en wikigebed

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 4 / 5)

Voor de Social Sunday van 20 februari 2011 hield ik een ‘workshop twidden‘ over bidden op het internet. Want dat is twidden.
De Social Sunday werd georganiseerd in de Oude Kerk in hartje Amsterdam. Tijdens de workshop werd een ‘wikigebed’ samen gemaakt en tijdens de vespers in de Oude Kerk gebeden. De christelijke traditie kent een grote rijkdom aan gebeden: een dankgebed, een schietgebed, een genezingsgebed, knielend, staand of liggend, met of zonder kruisteken, vanuit vaste teksten of met eigen woorden, in een groep of alleen. Ik bedacht het wikigebed als middel om tot een gezamenlijke gebedstekst te komen. Crowdsourcen voor bidders was mij niet eerder bekend, maar wordt hiermee een mogelijkheid.

Ik zag overigens dat het woord ‘wikigebed’ alleen nog voorkomt als licht-satirische toelichting op Wikipedia om vrijwilligers die Wikipedia onderhouden, te helpen:

Geef mij kalmte om pagina’s te aanvaarden die ik niet kan veranderen
Moed om pagina’s te veranderen die ik kan veranderen
Wijsheid om tussen beide het onderscheid te maken
Het wikigebed dat tijdens Social Sunday tot stand kwam, geef ik hieronder weer.

Goede God, Zie onze wereld aan in goedheid.
Geniet van wat wij doen, reken niet aan wat misgaat.
Vader, wij willen bidden voor alle tieners in Amsterdam. Wilt U bij hen zijn en hen helpen als ze op zoek zijn.
God, zegen ons zoals wij in verscheidenheid bij elkaar zijn op zoek naar eenheid in uw naam.
Dank voor het goede in deze wereld. Voor de natuur, ook als wij die hebben aangetast.
Zegen mensen en machten die wel bereid zijn het spirituele en materiële met elkaar te delen. Dank dat U ons het voorrecht geeft om een steentje hierin bij te dragen.
Wij danken U voor alle verschillen en overeenkomsten tussen mensen, en help ons daar de humor van in te zien.
Dank dat U ons bij elkaar brengt, ons verenigt in Uw naam. Geef dat wij verschillen overbruggen vanuit onze eigen identiteit.
Amen.

Hoe werkt de totstandkoming van een wikigebed als uiting van geloof? De kracht van het wikigebed schuilt er voor mij in dat iedere deelnemer een gebedsintentie toevoegt en die van een ander aanpast, opdat het uiteindelijke gebed groter is dan een verzameling individuele teksten. Doordat iedereen aan elkaars intenties ‘werkt’, verdiept iedere gebedsregel bij iedere deelnemer. Ook krijgen de gebedsregels en het eindgebed een eigen dynamiek in het uitspreken ervan. Mensen zijn gebedswerkers geworden. Hoe maak je in een groep een wikigebed?

1. Ga in een kring zitten
2. Open bij voorkeur met een vaste gebedstekst om aan te geven dat er een gebedstijd aanbreekt.
3. Open daarnaast een Word- of Powerpointbestand en projecteer deze via een beamer op een muur of projectiescherm.
4. Vraag aan de eerste deelnemer om een gebed van maximaal 140 tekens uit te spreken.
5. Laat vervolgens iedere deelnemer een gebedsregel noemen, een voor een. Ga de rij van de kring af.
6. Iedere gebedsregel bestaat, net als een SMS-je of een bericht op Twitter, uit maximaal 140 tekens.
7. Spreek, als iedereen is geweest, het gebed hardop uit.
8. Laat de tekst in de groep bezinken, en ga opnieuw de kring langs.
9. De eerste van de kring wijzigt de laatste gebedsregel, de tweede de eennalaatste, enzovoorts. Hierdoor wijzigen de deelnemers elkaars gebedsteksten.
10. Wijzig met respect naar elkaars teksten, en poog het gebed krachtiger of puntiger te maken. Wijzigen mag, maar is uiteraard niet verplicht.
11. Aan het einde van de kring, is het gezamenlijke wikigebed in principe klaar.
12. Spreek het gebed opnieuw hardop en laat de deelnemers reageren op de tekst. Het is niet de bedoeling om te discussiëren, wel om het gebed te vervolmaken.
13. Verfijn eventuele kleine elementen.
14. Spreek de tekst opnieuw uit en sluit af met een Amen.
15. Gebruik de gezamenlijke tekst in een viering, liefst kort nadat de gebedstekst is samengesteld.

(geschreven voor Goedgelovig.nl)

Boek: Kerk en internet| Eric van den Berg

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Op 14 februari 2011 verschijnt het Handboek Kerk en Internet. De uitgave is een primeur: niet eerder verscheen in Nederland een uitgebreide gids voor kerken die internet willen gebruiken. Het Handboek is geschreven door communicatieman Eric van den Berg en wordt gepresenteerd op het symposium ‘Gods Geest waait over het internet’. (meer…)

Alle biechtprogramma’s voor de iPhone en iPad op een rij

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)
Met de nieuwe app ‘Confession’ is de discussie over ‘online biechten’ opnieuw opgewaaid. Het is echter niet de eerste: ik zet alle biechtprogramma’s voor je op een rij. O ja, gelijk maar even: in de katholieke traditie is biechten via welk elektronisch hulpmiddel dan ook niet geldig. Lijfelijke aanwezigheid van een priester is daarvoor noodzakelijk. (meer…)

Christelijke app voor de iPhone/iPad en Android – deel II: bijbels, brevieren en missalen

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 1 / 5)

Gisteren gaf ik een overzicht van biechtapplicaties voor de iPhone/iPad/iPod Touch.Vandaag een overzicht van mobiele applicaties voor de iPhone/iPad/Android rondom tekstgerichte programma’s, zoals bijbels, brevieren en missalen. Stay tuned in deze serie. Ik beoog geen volledigheid, maar een dwarsdoorsnede van reli-apps. Er zijn genoeg interessante applicaties voor de mobiele gelovige.

(meer…)

Iedere theologie- of priesterstudent een iPad!

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)
Vandaag had ik een strategische ontmoeting met mensen van een bisdom. Ze vroegen mij als social media expert hoe de katholieke kerk nieuwe media kan gebruiken. Hardware, software, sociale media. Alles kwam voorbij. Een idee dat ik opperde: geef iedere priesterstudent een iPad! Of geef iedereen die een priesteropleiding gaat volgen een iPad! (Of geef studenten theologie of religiewetenschappen, priesterstudenten of diakenstudenten en niet te vergeten voor pastoraal werk(st)ers een iPad!

Online bidden is een nieuwe vorm van geloofsbeleving

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)

Multimediadeskundigen verzamelen zich deze week in Amsterdam om te zoeken naar nieuwe wegen voor de kerk op internet. In Trouw geven zij een voorschot.

Om een sprankje God te ervaren, probeert een gelovige contact met zijn schepper of het opperwezen te vinden.

Bidden is daarbij een praktische handeling van eerbied, meditatie of schuldbelijdenis. Bidden is praten, vechten of huilen met God. Op internet is dat niet wezenlijk anders dan in een kerk. En dat is wennen, omdat de grens tussen privaat en publiek is vervaagd. Bidden op internet? Het kan al jaren en in diverse vormen. Een belangrijke vraag is: laat God zich kennen op of via een beeldscherm? Het antwoord ligt onder meer besloten in de individuele ervaring van de online bidder of van de gemeenschap van digitale gebedsplaatsen.

Op de Amerikaanse christelijke website Tangle staan honderdduizenden gebeden. Mensen kunnen gebeden plaatsen, lezen en erop reageren. De tekst van een gebed kan worden verrijkt met bijbelteksten, afbeeldingen of filmpjes. Op Tangle geldt dat de kracht van het gebed de kracht van de community is. Iemand bidt om verlossing van zijn eenzaamheid. Een ander is op zoek naar een nieuwe baan of bidt vanwege het verlies van de man van een goede vriendin. Op het indringende gebed van een anoniem persoon met de titel ’Ik wil niet verder leven’ wordt ruim vierhonderd keer gereageerd.

’God, ik voel me zo hulpeloos. Ik kan het niet meer aan. Het leven voelt zo betekenisloos. Iedereen waarvan ik dacht dat ze om me gaven kan het weinig schelen. Ik ben een last voor iedereen. Het liefst zou ik nu sterven. Neem mijn leven weg… als u het niet doet, dan doe ik het zelf.’

De Tangle-community reageert diepgaand op deze smeekbede. Ene Mary beveelt Psalm 25 aan en zegt dat ze zal blijven bidden. En een zekere David waarschuwt om vooral geen zelfmoord te plegen en geeft zijn e-mail adres voor hulp.

Ook op Nederlandse websites wordt gebeden. Via Samenbidden.net staat een ’gebedsteam’ klaar om namens bezoekers van de site te bidden. Op de site zijn de gebeden te zien, alsook veel dankbetuigingen.

Vanaf de site Isidorusweb.nl worden jaarlijks circa zevenduizend gebeden doorgestuurd naar het Arnold Janssenklooster. Zo bidt bezoeker Willy lange tijd voor zijn overleden vrouw. Elly bidt voor een klein meisje dat haar haargroei weer terug mag komen en Lot bidt om een wonder dat haar vriend mag kennismaken met het geloof.

Volgens de Amerikaanse communicatiewetenschapper Heidi Campbell zijn deze gebedsplaatsen een veilige ruimte om persoonlijke zorgen te uiten. De gebeden nodigen uit tot meebidden en reageren.

Wij denken dat online bidden een nieuwe manier van geloofsbeleving is. Bidden gebeurt niet uitsluitend in de kerkelijke sfeer en heeft een prominente plek op internet gekregen. De uitdaging voor de kerk is om leiding en ondersteuning te geven aan de online zoektocht van de individuele mens.

In de digitale gebedspraktijk is het strikte onderscheid tussen privé en publiek vervaagd. Hyves wordt gebruikt als digitale bidstonde. Eén van de bidders op Tangle zegt het zo: „Ik geloof dat gebed sterker is als er meer mensen bidden. Bovendien vind ik het ook belangrijk om zo contact te hebben met andere christenen. Dat steunt en bemoedigt me.’

(verschenen in Trouw, geschreven met Theo Zijderved)

Een pleidooi voor katholieke twitterethiek

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)
Twitter is als een virtueel clubhuis, een café met onbeperkte openingstijden en zonder dat je dronken kunt worden. Op Twitter zijn geen regels, technische protocollen daar gelaten. Iedereen is vrij of te doen of te laten wat hij of zij wil en het onderling contact reguleert het gedrag van de groep en de individuele tweep.

Gebedsrozen op een chaotische vuilnisbelt?

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)

Soms is het wereldwijde web een vuilnisbelt met hier en daar schitterende rozen, vaak ook een bloementuin met hier en daar wat afval. Dat zie je overal: briljant vormgegeven kerkwebsites met inspirerende inhoud, diepgaande conversaties op een discussieforum ten opzichte onzinnigheid ten top op sommige sociale media. Dat is internet ten voeten uit: innovatieve chaos, niet georganiseerd of verbonden aan instituties en toch gestructureerd door miljoenen gekoppelde computers met vaststaande internationale protocollen en afspraken. (meer…)

Wilt Gij mij unfollowen?

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)

De eeuwenoude christelijke traditie en het decenniajonge internet lijken diametraal tegenover elkaar te staan. Beide begrippen zijn verschillend in vorm, snelheid, diepgang en impact. De kerkelijke traditie gaat terug tot de eerste volgelingen van Jezus Christus. Sociale media als nieuwste internetfenomeen zijn slechts enkele jaren oud. Toch trekken, ecclesiologisch gezien, internet en traditie ook samen op. (meer…)

Gaat heen en Twitter

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)

God, geef ons bloggende priesters. Ga heen en twitter. Dat zijn reacties op de boodschap van paus Benedictus XVI, die priester opriep te gaan bloggen. (meer…)

Internetsacraliteit: enthousiasme en beperkingen van Web 2.0

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 0 / 5)
Hoe googelen we ons een weg naar God? Voor termen als Geloof 2.0, internetspiritualiteit, podcastpriesters en twitterende predikanten lijkt plotseling flinke aandacht te ontstaan. In afgelopen drie maanden werden maar liefst drie symposia gehouden door respectievelijk het IKON-pastoraat, de katholieke website Isidorusweb en Kerk en Wereld over het ontluikende fenomeen internetspiritualiteit. Onlangs startte Isidorusweb een weblog op www.internetspiritualiteit.nl om iedere betrokkene te laten bloggen over kerk en het web. (meer…)

Isidorusweb en Geloof 2.0: de kerk op het web

Wat vind je van dit artikel?
(Gem. 5 / 5)
Begin deze maand verscheen een artikel over Isidorusweb op het uitstekende weblog Marketing en PR Visie van PR-adviseur en journalist Remco Janssen. Je kunt het hieronder nalezen.
Hoe groeide Eric van den Berg, in het dagelijks leven werkzaam bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, uit tot kenner op het gebied van spiritualiteit en katholiek geloof op het web? (meer…)