06-34009124 [email protected]

Help, ik kom in de media. Of het nu is omdat je zelf als organisatie nieuws naar buiten wil brengen, of als journalisten jou gaan bellen, media kunnen je bondgenoot zijn. Hoe kun je het beste omgaan met journalisten? De 7 belangrijkste tips ‘Omgaan met media’ op een rij.

Tip 1: Beperk je tot de kernboodschap

Op televisie en radio is tijd niet je vriend. Voorbeeld: als ik iedere maand aanschuif bij KRO-NCRV-radio krijg ik per vraag tussen de 10 en 30 seconden om mijn antwoord te geven. En dat is veel tijd omdat het een beschouwend programma-onderdeel is. Kom ik in een nieuwsprogramma, dan heb ik hooguit 20 seconden om mijn punt te maken. Dus geen tijd voor uh’s en ah’s.

Neem geen aanloopje. Bedenk vooraf een korte en heldere kernboodschap. Dat is je opener om direct mee in huis te vallen. Een kernboodschap:

  • is het belangrijkste wat je wilt dat blijft hangen bij je publiek (via je journalist)
  • is dus kort, korter, kortst
  • teruggebracht tot de essentie (en daarna volgt het gesprek wel)
  • framet jouw oplossing

Een richtlijn is om je boodschap in maximaal 10 woorden te verwoorden. Of in 140 twittertekens. Dan moet je verhaal staan. Zijn die 10 woorden oké, dan kunnen ze door de journalist worden gebruikt als intro, koptekst, quote of streamer.

Je komt tot de kern van je betoog door bij iedere variant te bedenken ‘so what’ of ‘ja, en?’ Dat kort je kernboodschap in.

Vervolgens kun je een ‘message house’ inrichten. Na de korte kernboodschap volgen de ondersteunende boodschappen die je ‘bewijst’ met voorbeelden, feiten, cijfers, argumenten, bronnen. Dat hele verhaal is je ‘message house’. Het message house kun je inzetten als er veel verschillende doelgroepen moeten worden bereikt. Je kunt ermee het hele koepelverhaal in beeld brengen en bij verschillende invalshoeken ondersteunende boodschappen en onderbouwing geven van jouw frame op de werkelijkheid.

Tip 2: Bedenk een goede soundbyte

Ik noemde hem al: een kernboodschap heeft een goede soundbyte. Daarmee kun je scoren. Een soundbyte is een nieuwswaardige invalshoek, een oneliner of een opvallend citaat.

Voorbeelden van soundbytes uit de politiek, sport, film, theater of zelfs… sprookjes:

  • I have a dream (Martin Luther King)
  • Yes, we can (Barack Obama)
  • U draait en u bent niet eerlijk (Jan Peter Balkenende (die overigens blunderde met ‘U kijkt zo lief’)
  • Ben ik nou zo slim, of ben jij nou zo dom? (Louis van Gaal)
  • That’s another fine mess you’ve got me into (Oliver Hardy)
  • May the force be with you (Star Wars)
  • To be or not to be, that is the question (Hamlet)
  • Duizend bommen en granaten! (kapitein Haddock uit ‘Kuifje’)
  • Grootmoeder, wat heeft u grote oren (Roodkapje)

Een soundbyte bekrachtigt je kernboodschap, valt op en wijkt af van het normale zonder belachelijk te worden. Let op dat een soundbyte geen oneliner hoeft te zijn. Een oneliner is vaak geestig om wat lucht in een gesprek te brengen. Met een geestige soundbyte zou ik terughoudend zijn. Humor is subjectief en wat jij erg leuk vindt, wordt door een ander misschien wel als kwetsend ervaren. Dus altijd roasten lijkt mij niet handig. Tenzij je Henry van Loon heet en Giel Beelen op de pijnbank legt.

Ook moet je niet al te vaak je soundbyte herhalen. Dat lijkt standvastig, maar is uiteindelijk zwak. Kijk maar eens wat algemeen directeur Rob Heesen (Blokker) deed in het NOS Journaal. Dan weet je hoe het niet moet:

Tip 3: Betrek emotie in je verhaal, en niet alleen de feiten

Een goede woordvoerder denkt van buiten naar binnen. Dat betekent dat als je wordt geïnterviewd je inspeelt op wat de kijker, luisteraar of lezer graag wil horen. Richt je niet direct op het hoofd, maar op de buik. Je soundbytes zijn daarop afgestemd in woordgebruik en intonatie. Geert Wilders wist exact wat het sentiment en verwachtingen zijn van zijn toehoorders, die zijn beruchte vraag emotioneel beantwoordden: ‘Minder, minder, minder…’.

Tip 4: Denk in beeld en geluid

Met uitzondering misschien van blogs, kranten en tijdschriften, gaat het altijd om véél méér dan de inhoud. Zeker op tv bepaalt het beeld (en de montagetafel) wat er van je boodschap overkomt. Je non-verbale communicatie maakt of breekt je inhoud. Net zoals hoe je eruit ziet, je stem en de locatie van de opname. Leg bijvoorbeeld geen aantekeningen op je tafel bij een tv-interview. Voor hetzelfde geld zoomt de camera achter je rug in op je gemarkeerde citaten. Sta je mooi voor aap.

Denk ook na over de locatie. Prachtig hoor, zo’n uitzicht op een station of een snelweg, maar je bent niet meer verstaanbaar.

Tip 5: Bereid je voor (samen met de redactie)

Voorbereiden bestaat er niet alleen uit dat je in je organisatie de tactiek en doelstelling bespreekt. Voorbereiding betekent ook een voorgesprek met de redactie (in real life of telefonisch) waarbij je vraagt wat ze willen horen. Bij een makkelijk interview komen de vragen voorbij die vooraf zijn doorgenomen. Bij een lastiger interview komen ook vragen voorbij die de journalist achter de hand wilde houden. Laat je niet te veel afleiden daardoor. Dit is hoorbaar en zichtbaar. Blijf je richten op je kernboodschap (met onderbouwing) en de kijker.

Bekijk ook vooraf de programma’s waar je in komt. Er is nogal een verschil in woordkeuze, kleding en tone of voice of je bij het Jeugdjournaal, Radar, M, DWDD, of Dit is de Dag aanschuift. Bovendien leer je de presentator zijn of haar stijl en gedrag kennen en kun je, soms, bekijken wat voor publiek er in de studio zit.

Tip 6: Let op je kleding

Mijn eerste les van een tv-optreden: draag geen overhemd met streepjes. Dan krijg je een moire-effect en dat is niet fijn kijken. Effen, rustige kleuren komen goed over. Streepjes, kleine patronen of ruitjes dus niet. Is het een amusementsprogramma, dan zou je iets uitbundiger in beeld kunnen komen.

Voel je vooral relaxt in je kleding: authentiek zijn is belangrijk. Voorbeelden: de zwarte kleding en de brillen van Jules Deelder zijn zijn merkidentiteit.

Tip 7: Houd de regie

Behoud altijd de regie, laat een journalist niet met jouw boodschap aan de haal gaan. Dat geldt in het groot. Als je persconferenties houdt, regisseer jij als een voorzitter de agenda van de bijeenkomst: aankondigen, benoemen, gelijke behandeling, vragen verdelen, mediaverzoeken organiseren, afronden. Maak ook duidelijk afspraken vooraf.

Maar… wees voorbereid op onverwachte wendingen en raak daarvan niet van de leg. Die genadeloze les liet Nieuwsuur zien bij een interview met de rooms-katholieke aartsbisschop Wim Eijk, toen de interviewer Twan Huys vragen ging stellen waarvan was afgesproken dat die niet zouden worden gesteld. Dat deed Huys toch. De woordvoerder van de bisschop greep in tijdens de opname en dat kwam dodelijk uit de montagekamer:

 

 

Overigens wordt regie voeren pas echt spannend bij momenten waarop de camera’s je kantoor binnenvallen, zoals Tim Hofman (#BOOS) bij Tele 2 in juli 2019. Of als GeenStijl je gaat achtervolgen, zoals het legendarische ‘geen commentaar’-interview van Rutger Castricum met Ella Vogelaar in 2009. 

Regie voeren geldt ook in het klein. Bij het stellen van een vraag die afleidt van je kernboodschap, ga je bij voorkeur niet mee in het frame van je interviewer maar keer je terug naar jouw boodschap. Dit wordt bij mediatrainingen ‘bridging’ genoemd. Als een journalist je een vraagt stelt, hoe vriendelijk ook, wil dat niet zeggen dat je keurig “ja en amen, meneer” zegt.

Antwoorden moet, maar je mag vragen ontwijken of ombuigen. Daarom wil je een brug slaan naar jouw verhaal, jouw beeld van de werkelijkheid. Dat gaat zo: Bedank voor de vraag, adresseer deze. Leg eventueel uit wat je van de vraag vindt, en of je hem kunt beantwoorden. Vervolgens gebruik je brugzinnen naar je eigen boodschap. En die vertel je dan.

Voorbeelden van dit soort verbindingszinnen:

  • Ik begrijp dat heel goed, maar nu richten we ons op…
  • Terecht dat je dat aanstipt. Dat is heel belangrijk, want….
  • Waar het hier om gaat is…
  • Ik wil benadrukken dat…
  • Hier is geen eenvoudig antwoord op te geven. Wat wij belangrijk vinden is…

Gebruik deze zinnen alsjeblieft niet als een gimmick en pas het bridgen niet iedere keer toe.

Wat je ook kunt doen, is de vraag negeren (en je eigen punt maken), een vraag in twijfel trekken (dat de vraag speculatief is, of niet aan de orde) en een vraag terug stellen. In je antwoordenpatroon kun je geen antwoord geven (‘Geen commentaar’ is uit den boze, maar ‘Daar is het nu te vroeg voor’ of ‘Ik kan niet namens hem spreken’ kan heel goed), een deel van de vraag beantwoorden of je antwoord herhalen (maar doe dat niet te vaak, zie de Blokker-casus).

Zie eens hoe Barcelona-voetballer Frenkie de Jong een vraag pareert over zijn oude Ajax-maatje Matthijs de Ligt (de vraag luidde: Komt De Ligt ook naar Barcelona):  

“I expected you to ask me about De Ligt,” De Jong said at the press conference after his unveiling. “I would be very happy to see him here, but it’s not my choice. He has to decide, with his family, what is best for him.” 

Tot slot. Doe aan mediatraining

In de media komen is bereikbaar voor iedereen. Van blog tot DWDD, van nichepodcast tot Nieuwsuur. Het is belangrijk om je voor te bereiden, het gesprek goed te voeren en te evalueren. Het succes valt of staat daarmee. Dus naast voorbereiden, helpt het enorm om periodiek te oefenen en je vaardigheden te trainen. Als je een professional inhuurt, neem dan in ieder geval een professional die nu niet actief is als… journalist 😉.

Contact opnemen

Meer weten? Neem contact op met communicatieadviseur Eric van den Berg. Graag maak ik kennis met jou om een succesvolle communicatieaanpak voor jouw organisatie te bespreken.

Particuliere vragen beantwoorden we niet.

Bel tijdens kantoortijden 06-34009124, mail naar [email protected] of ga door naar het contactformulier.