Internetsacraliteit: enthousiasme en beperkingen van Web 2.0
Geef je waardering

Hoe googelen we ons een weg naar God? Voor termen als Geloof 2.0, internetspiritualiteit, podcastpriesters en twitterende predikanten lijkt plotseling flinke aandacht te ontstaan. In afgelopen drie maanden werden maar liefst drie symposia gehouden door respectievelijk het IKON-pastoraat, de katholieke website Isidorusweb en Kerk en Wereld over het ontluikende fenomeen internetspiritualiteit. Onlangs startte Isidorusweb een weblog op www.internetspiritualiteit.nl om iedere betrokkene te laten bloggen over kerk en het web.
Er zijn zeer vele en diverse religieuze praktijken op het internet te vinden. God heeft tegenwoordig minimaal MySpace, Facebook en iGoogle. Jezus en paus Benedictus XVI hebben fake-accounts op Twitter. Tegenwoordig vinden geloofsgenoten elkaar op algemene sociale netwerken als Facebook of Hyves, of op het katholieke Flocknote. Op Twitter bestaan gebedsgroepen en twittert de Duitse Evangelische Kerk de hele bijbel bij elkaar als reach-out.

Reactie religies

,,Je kunt’’, aldus cultuurwetenschapper Inez van der Spek, ,,je lasten achterlaten bij een kruis in EO’s Herberg De Verandering of je kunt een digitaal altaar bij de KRO inrichten. Het zijn vormen van virtuele sacrale ruimten.’’ Van der Spek zoekt daarbij aansluiting bij hoogleraar systematische theologie Erik Borgman. ,,Gods Geest waait waarheen Zij wil. Online en offline.’’
Godsdienstfilosoof Rene Munnik is minder positief over internetspiritualiteit. ,,Door virtueel te biechten of een kaarsje te branden verpietert een rituele handeling tot een paar muisklikken’’, zei Munnik op het Isidorusweb-symposium. ,,Het is net als een muntje gooien in zo’n automaat in de kerk waardoor het elektrisch kaarsje gaat branden; er is helemaal niks aan.”
Weer anderen weten zich niet veel raad met internet. Op een diocesane impulsdag van het bisdom Rotterdam bleken parochies geen idee te hebben van de mogelijkheden van Web 2.0. Ze zijn niet zo zeer angstig of behoudend, als wel onbekwaam. Otto Sondorp spiegelde hen mogelijkheden voor, maar velen blijken niet te weten wat LinkedIn of Facebook is.

 

Online ‘sacraliteit’

Wat maakt een ruimte op internet heilig? Of is het niet mogelijk, zoals Munnik betoogt? Er is geen meetinstrument wanneer een heilige plaats heilig is. Als het heilige Zich wil manifesteren moet het concreet worden, bijvoorbeeld in (christelijke) rituelen: water, olie, handoplegging, heiligenbeelden, rozenkransen, kaarsen, iconen en wierook. Een aantal van deze elementen voor het ervaren van het heilige ontbreekt op het web. Je kunt elkaar alleen via het toetsenbord ‘aanraken’, via een scherm zien.
Ruiken is uit den boze, want er zit nu eenmaal geen geurmachine naast de speaker op je laptop. Voelen lukt ook niet, en het effect van het leggen van een hand op iemand hoofd of schouder is online niet te verwezenlijken.
Daarentegen kun je wel appelleren aan het horen en kijken. Via die twee kunnen we immers lezen, spreken en luisteren. Je kunt een gebed in 140 tekens rondtwitteren met een groep mensen, bijvoorbeeld geïnitieerd door een priester. Je kunt een sms-bijbel gezamenlijk samenstellen, je kunt getijdengebeden samen bidden. Je kunt beeldmeditatie, met of zonder muziek aanbieden, bijvoorbeeld als powerpoint-presentatie of via You Tube. Je kunt in chatrooms of elders in gesprek gaan waarbij emoticons iemands religieuze gevoel of functie kan representeren. Mogelijkheden te over.
Tussen offline en online ‘sacraliteit’ bestaan verschillende (meng)vormen. De eerste vorm van sacrale ruimte heeft volledig betrekking op de offline wereld. Zij is exclusief offline. Het kerkgebouw, de kapel, een klooster of bedevaartplaatsen zijn traditionele plaatsen waar de kerkelijke rites plaatsvinden en waar je als gelovige het sacrale bij uitstek (maar zeker niet exclusief) kunt ervaren.
De tweede vorm verwijst vanuit de online wereld naar die traditionele real life sacrale ruimte. Je kunt denken aan de overzichten op Isidorusweb wanneer er een kerkelijke viering is, vooral populair met Kerst, of waar en wanneer de uitstelling van het Allerheiligste is. In deze vorm is er geen religieuze beleving van het heilige. Ze kan hooguit dienen als voorbereiding op wat die verwijzende activiteit inhoudt. Sec is er geen sprake van een online sacrale ruimte.
Een derde vorm is een combinatie van off- en online. Deze combinatie kan twee kanten op werken. Er zijn voorbeelden die van de online naar de offline wereld verwijzen, en andersom. Socioloog Christopher Helland noemt dat Religion Online/Online Religion. Op Isidorusweb (nu: Katholiek.nl) konden gebedsintenties online worden ingevoerd en gerepresenteerd, ze kunnen op de site worden gelezen en meegebeden door andere websitebezoekers. Doordat de intenties worden doorgestuurd naar een echt klooster is er een match met een omgeving waar het sacrale zich kan manifesteren in het offline gebed van de kloosterzusters.
Joden kunnen de Klaagmuur bezoeken via een webcam. Via een avatar worden de gebedsintentie doorgemaild, uitgeprint en bij de Klaagmuur geplaatst.
Andersom kan ook. Je kunt denken aan registraties en digitale opnamen van vieringen op televisie of op internet. Die registratie kan rechtstreeks (dus: streaming) zijn, maar ook opgenomen. Een vraag is wat de betekenis van de consecratie is bij een opgenomen podcast of een video-opname. Een andere vraag is hoe mensen zo’n online sacraal moment kunnen ervaren.
Een vierde vorm is exclusief online. Niet alleen de aankondiging, ook de participatie en ervaring vindt volledig online plaats. De religieuze praktijk is dan volledig verplaatst naar de virtuele wereld. De website Virtual Rituals (www.religiousworlds.com/virtual/rituals) geeft voorbeelden van ‘internetgeloven’. Er is een cybermoskee, er zijn online synagogen en er zijn online bedevaartplaatsen en gebedsruimtes. Christenen betreden chatrooms zoals De Kathedraal van Rorate of WorthyChat. Daarbij wordt gebruik gemaakt van taalsymboliek zoals christelijke emoticons. Ook zijn er online volledige religieuze diensten te ervaren. Hindoes komen bijeen op Prarthana.com voor online tempeldiensten. Moslims volgen de Virtual Hadj. Ierse katholieken kunnen virtueel naar Croagh Patrick pelgrimeren en paganisten bezoeken Stonehenge in Second Life. Op Audioserver.nl zijn weer Godcasts van katholieke en protestantse diensten live te volgen en nadien te downloaden. In de posttraditionele religies zie je voorbeelden als The First Church of Cyberspace en andere zichzelf etiketterend als virtuele religies.

Online sacraliteit

De meest interessante theologische vraag is en blijft echter wat de religieuze relevantie van deze online sacraliteit is. Wellicht is het nuttig om gebruik te maken van een oud onderscheid tussen ‘sacramenten’ en ‘sacramentaliën’. Het eerste begrip slaat op de twee (Protestantse Kerk) respectievelijk zeven sacramenten (rooms-katholiek en orthodox) van de christelijke kerken. Het tweede is een containerbegrip: het duidt op alles dat de mensen met elkaar en God in contact brengt, en andersom God bij de mensen brengt, met de eerder aangehaalde fysieke symbolen en voorwerpen.
Sacramenten willen dat natuurlijk ook doen: mensen en God bij elkaar brengen, maar in de klassieke theologie is er nog iets meer over te zeggen. Volgens de oude definities is een sacrament een zichtbaar teken dat verwijst naar het heilige en tegelijkertijd bewerkt waarnaar zij verwijst. Het water van het doopsel verwijst naar het schoonwassen van de erfzonde in Christus.
Tegelijkertijd is er het idee dat dit water ook daadwerkelijk Gods genade kanaliseert en de zonde daadwerkelijk wegwast. Sacramenten verwijzen niet alleen, ze betekenen ook daadwerkelijk. Dit is geen magische hocus pocus: de genade laat zich niet afdwingen door het uitvoeren van mystieke rituelen. Dit betekent wel dat die goddelijke genade een verbinding is aangegaan met onze stoffelijke wereld. De christelijke (vooral de katholieke) traditie is allergisch voor een sacramentsbegrip dat louter menselijk is, dat louter en alleen verwijst, ‘van onderen’ blijft. God is mens geworden, dat wil zeggen: een stoffelijk, sterfelijk lichaam. Diezelfde verbintenis tussen goddelijkheid en menselijkheid wordt ook gezien in de sacramenten van de christelijke traditie.

Internetsacraliteit

Voor sacramentaliën lijkt ons internet een uitstekend medium. Samen bidden, kaarsen opsteken, een altaartje oprichten enzovoorts via internet lijkt de mens daadwerkelijk dichter bij God en elkaar brengen, en daardoor God bij de mensen. Sinds eeuwen kennen we hier offline varianten van. Denk aan de halfjaarlijkse Urbi et Orbi-zegen die de paus uitspreekt met Pasen en Kerstmis. Deze zegen geldt iedereen die zich met deze plechtigheid verbonden voelt, live op het Sint-Pietersplein of via de televisie thuis.
Voor de ‘zwaardere’ categorie van sacramenten lijkt ons het gebruik van internet (nog) problematisch. De centrale vraag is de volgende. Stel dat je via internet (of tv) een eucharistieviering volgt, heb je dan deel aan het sacrament? Dat is niet zo duidelijk. Biechten via internet is al meerdere malen verworpen. En huwen via internet lijkt ook een probleem. Het heeft volgens ons iets te maken met ‘gelijktijdigheid’ en ‘gelijkaanwezigheid’.
Sacramenten zijn groepsgebeurtenissen. Dat zie je het beste in de mis en huwelijk. Zelfs bij de biecht spelen drie personen een rol. Sacramenten zijn dynamische, communicatieve gebeurtenissen. Wil het sacrament gebeuren aan groep, dan dienen de leden van die groep, hoe tijdelijk en toevallig deze samenstelling ook is, één plaats en tijd te delen. De collectieve gebeurtenis is essentieel voor én de werkzaamheid van het sacrament in klassiek dogmatisch-theologische zin, maar ook in sociaal-religieus opzicht. De dynamiek van een sacrament is een groepsdynamiek, waarbij de som van de leden niet gelijk is aan het geheel van de groep.
Dat surplus is de ruimte waarin Gods genade kan gebeuren aan de gelovigen die (even) tijd en ruimte delen om zich op een en hetzelfde religieuze punt te focussen.

Inhaken

Het kenmerk van Web 2.0 is juist dat iedereen op zijn eigen tijd en plaats inhaakt bij hetgeen hem of haar op dat moment interesseert. Deze zeer individualistische karakteristiek van internet in het algemeen en van web 2.0 in het bijzonder wringt met de gelijktijdigheid en ‘gelijkplaatsigheid’. Zelfs tv-uitzendingen van pausmissen en stille tochten geven een afstand en die afstand blijft gevoeld worden. Dat melden ook mensen die bijvoorbeeld het moeten doen met kerkradio of -telefoon. De tijd wordt wel gelijk gebruikt, maar de ruimte niet. Er is slechts indirect contact met de ruimte waar het sacrale zich voordoet.
Volgens ons moet het web nog een hele weg af leggen voor zij op het niveau gekomen is van een virtual reality of second life waarbij het mogelijk is om zo indringend dezelfde (virtuele) ruimte en (fysieke) tijd met elkaar te delen. Tot die tijd blijft het een beetje behelpen. Enthousiasme voor de mogelijkheden van Web 2.0 voor het christendom moet hand in hand gaan met een gepaste terughoudendheid voor haar beperkingen.
Drs. Frank G. Bosman is theoloog en verbonden aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Zie ook: www.goedgezelschap.eu.
Drs. Eric van den Berg is zelfstandig communicatieadviseur en trainer.
Dit artikel verscheen op dinsdag 30 juni in het Friesch Dagblad
Delen in je netwerk: Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestBuffer this pageEmail this to someone